Het web van Eurovisie-artiesten is weer tot in alle hoeken uitgespreid. Even hadden ze het met z’n eenenveertigen teruggebracht tot een gonzende bol in Tel Aviv, maar nu lopen er opnieuw lange lijnen naar Bakoe, Milaan en Skopje. Ze zullen hun glinstering verliezen, die lijnen, want het Songfestival vervaagt. De muziek verstomt, de glitter verdoft. Tijd voor het bijeenbezemen van de conclusies.

1.
Op de naam Duncan Laurence volgt niet meer: huh, wie?
In Nederland groeit vanaf nu een nieuw webcentrum. Duncan Laurence heeft het tevoorschijn gemusiceerd. Met zijn ingetogen Arcade zong hij tranen uit ogen en punten uit jury’s. Na vierenveertig jaar muteerde hij de Nederlandse songfestivalgeschiedenis en toverde voor zichzelf een rijtje avonturen uit de lucht: bekendheid, heldenstatus, tour, album, kansen, composities, plannen, een volledig veranderd bestaan.

‘Welcome to the club,’  tweette Salvador Sobral (winnaar 2017) naar Duncan. Het is te hopen dat hij niet alleen ‘songfestivalwinnaars’, maar vooral ook ‘authentieke artiesten’ bedoelt. De voortekenen zijn gunstig: Duncan Laurence heeft allerlei nieuwe songs, en die borduren niet per se voort op Arcade, maar tonen een muzikale wijdte die ons nieuwsgierig zal houden. Met de begeleiding van zijn eigen band en backings, met de hulp van songschrijvers als Wouter Hardy en Joel Sjöö (ook songfestivalwinnaars!) en met raad van vrienden als Ilse DeLange, kunnen we daar alle vertrouwen in hebben.

2.
Deze winst begon bij de selectiecommissie.
De winst van Duncan Laurence is vooral de uitkomst van een revolutie binnen de Nederlandse benadering van het Songfestival. Na jaren van hardnekkig gemok over ‘oostblokstemmen’ en pseudo-cabaret over ‘nichtengedoe’ rammelde Anouk in 2013 alle cliché’s aan flarden. Na haar prachtig waarachtige Birds volgden vrijwel alleen maar échte songs van écht grote artiesten. The Common Linnets, Douwe Bob, OG3NE, Waylon: Nederland maakte er internationaal vette indruk mee en het zijn dan ook precies die vijf die de weg bereidden voor dit Arcade-goud.

Dat is met name de verdienste van interne ijveraars. De selectiecommissie en de songfestivalbeleidsmakers van de AVROTROS hebben steevast gekozen voor kwaliteit. Dat diffuse begrip ‘kwaliteit’ bestaat in dit geval uit de meest weergaloze combinatie van compositie, arrangement, uiterlijk, zangkwaliteiten, authenticiteit, sfeer, enscenering.

Na jaren waarin enkel een (bekende) artiest werd gekozen (die vervolgens zelf, met wat overleg, een song mocht kiezen), richtten de leden van de selectiecommissie zich dit jaar eerst en vooral op het lied. Een gelukkige beleidszwaai. Waarschijnlijk ligt dat inzicht aan deze hele winst ten grondslag. Verder moeten we met name dankbaar zijn voor het moment dat Ilse DeLange de brille van Arcade herkende (toen ze het via het gedeelde dropboxje met Duncan hoorde) en het moment dat een lid van de selectiecommissie (we gokken: Cornald) het beluisterde en hetzelfde deed.

Hierbij pleiten we dus voor voortzetting van deze koers en handhaving van deze selectiecommissie, deze beleidsmakers, deze tipgevers. Daarnaast moet gezegd worden dat het bewonderenswaardig was hoe professioneel de AVROTROS met pers en publiciteit omging: zij toonden Duncan evenveel als dat ze hem beschermden.

3.
Maar o, die jongen.
Iedereen die Duncan Laurence gezien heeft deze dagen draagt op z’n minst een flintertje verliefdheid in zich. Wat een open, vriendelijke, intelligente, eerlijke, nog-meer-van-dat-soort-bijvoeglijke-naamwoorden jongen. Maar wat hij vooral oproept is de wil om hem te geloven. Deze jongen speelt geen spelletjes, hij hoopt dat je hem begrijpt en is ook bereid jou te begrijpen. Het is niet te onderschatten hoe belangrijk het is dat in al die stemmende huishoudens door heel Europa – naast ‘mooi liedje’, ‘mooie stem’, ‘mooi podiumplaatje’ – vooral dit gedacht wordt: die jongen wil ik leren kennen.

4.
De muziek wérd eerste
Na de winst sprak Duncan met heldere stem: ‘This is to dreaming big. This is to music first. Always.’ Waarmee hij zowel aansloot op het motto van dit festival (‘Dare to dream’), als op de kritiek die het festival vaak oogst, namelijk dat het alleen een top-drie-plek zou bieden aan acts met kermis.

Song > show, dat ging op voor Arcade. De heel mooie belichting van Ignace d’Haese, de regie van Hans Pannecoucke en de creatieve begeleiding van Ilse DeLange ondersteunden slechts het liedje en overvleugelden het niet.

Met wat generaliseren zouden we kunnen zeggen dat het festival daarmee terug is op de koers van 2016 (Jamala, Oekraïne, met 1944) en 2017 (Salvador Sobral, Portugal, met Amar pelos dois). Liedjes die gebracht werden door eigenzinnige artiesten.

De winnares van 2018, Netta, met haar Toy, was natuurlijk óók eigenzinnig, maar van haar bijdrage kan toch wel gezegd worden dat het op z’n minst show=song, of misschien zelfs show>song was.

Vlak voor het festival van dit jaar aan zijn finale begon werd Australië als bedreiging voor Duncan Laurence gezien. Van Zero gravity van Kate Miller-Heidke kan wél met zekerheid gezegd worden dat het vooral imponeerde door de act (zangeres en backings bovenop een zwiepende paal, begeleid door werkelijk verbluffende visuals). Het lied won de (magere) eerste halve finale, maar maakte daarna, ondanks een prachtige startplek, de favorietenrol niet waar. Australië eindigde als negende.

5.
Nederland was niet eerste en toch wel.
Net als vorig jaar waren de twee stemstromen, vakjury’s en publiek, het niet met elkaar eens. En omdat die voorkeuren zo uiteenliepen waren de eerste twee van de eindlijst (Nederland en Italië) geen van beide de winnaars die of de professionals of de televoters bovenaan hadden gezet.

De vakjury’s waren voor Noord-Macedonië . Daarna voor Zweden.- en daarná pas voor Nederland.
Het publiek koos voor Noorwegen – en daarná voor Nederland.

Maar over die beoogde winnaars werd ongelooflijk van mening verschild. Het publiek zette het geliefde Noord-Macedonië van de vakjury’s op een twaalfde plek.
De nummer twee van de beroepstemmers, Zweden, kwam bij het publiek op plek negen.
Daarentegen verwezen de vakjury’s het door de mensen thuis gekozen Noorwegen naar een vijftiende positie.

Nederland was het eerste land waar iedereen het in ieder geval grotendeels over eens was, al hielden de televoters nog nét iets meer van Duncan dan de vakjuryleden.

Deze onenigheid was in 2018 nog groter, maar in 2017, met Portugal als winnaar, juist helemaal niet. Toen viel iedereen voor het klassieke Amar pelos dois. Dat maakte zanger Salvador Sobral tot recordwinnaar, tot op heden onbetwist.

6.
Vals zingen werd niet per se afgestraft.
Een minder fijne conclusie: waar in voorgaande jaren zangers of zangeressen die er overduidelijk technisch helemaal naast zaten zonder pardon achterbleven in de halve finales, was dat dit jaar voor het eerst duidelijk niet het geval.

De minder begaafde stemmen uit bijvoorbeeld Wit-Rusland en Estland gingen gewoon door, en de allerergste gotspe was wat dat betreft Serhat uit San Marino. Die zong zowel in de halve finale als in de finale zo vals dat het een zorgelijk wonder is dat hij vrolijk doorzeilde naar de zaterdagavond, en daar vervolgens niet eens laatste werd. Laten we hopen dat dit de geschiedenis ingaat als de verslikking van 2019.

Daarbij moet gezegd worden dat het droevig is dat een volkomen eigengereide bijdrage als die van Portugal (Conan Osíris met Telemóveis) zich niet kwalificeerde. Dus: met Arcade heeft Eurovisie weliswaar écht voor klasse gekozen, maar een geheide ontwikkeling is het niet.

7.
Er is niets verschrikkelijks gebeurd.
Een belangrijke (misschien wel de belangrijkste) conclusie van 2019 moet toch zijn dat er niets naars is gebeurd. Er zijn geen optredens verstoord, zoals de afgelopen twee jaar wel gebeurde, maar vooral: er is geen aanslag gepleegd. In een politiek zo turbulent land is dat een grote opluchting. De beveiliging heeft zijn werk dus goed gedaan.

Er zijn wel protesten geweest, en dat is ook begrijpelijk in een land waarin de politieke werkelijkheid zo grimmig is. Die protesten, met name van de BDS-beweging (Boycott, Divestment and Sanctions) vonden buiten de Tel Aviv Expo plaats, of zelfs buiten Israël. Toch was er ook ín de hal iets van te merken. De IJslandse groep Hatari toonde een Palestijnse vlag tijdens het bekendmaken van de publieksstemmen. En interval-act Madonna (die zangtechnisch een van de zwakste optredens van haar carrière gaf) toonde een Palestijns vlaggetje op de rug van een danser, die hand in hand liep met een danser met een Israëlisch vlaggetje. De Eurovisie-organisatoren, die politieke uitingen verbieden tijdens het festival, onderzoeken nog, zeker in het geval van de IJslandse delegatie, of er sancties volgen.

8.
Kleinere constateringen.

Verder moet nog geconcludeerd worden dat

  • zoals verwacht Israël vooral als zonnig, vredig land neergezet werd. Het was duidelijk dat Israël iets te benadrukken had en daardoor wellicht iets te verbloemen. Overigens moet gezegd worden dat deze selfmarketing vergelijkbaar was met die van andere edities, ook die in minder veelbewogen landen.
  • in tegenstelling tot sommige andere jaren de presentatie bij vlagen weer wat losser was. Niet alles was gescript, en sommige grapjes kwamen ook werkelijk aan. Sowieso waren er van tijd tot tijd geïnspireerde filmpjes en interval-acts.
  • de opnieuw gewijzigde vorm van het bekendmaken van de punten (namelijk: de publiekspunten worden opgelezen in de volgorde waarin de landen bij de jury’s gescoord hebben, en niet, zoals vorig jaar, van laag naar hoog) een goede greep was. Het was daardoor on-ge-loof-lijk spannend wie zou winnen. Tot op het allerlaatst. Wreed is deze nieuwe manier wel. Naast een winnaar creëert dit op de spits drijven ook een verliezer die veel te lang in spanning is gelaten: Zweden mocht ultiem lang hopen op de overwinning en werd toen in één harde klap teruggedonderd naar plek zes.
  • ‘empowerment’ een belangrijk thema was, dit jaar. Met name in de songs van Duitsland, Noord-Macedonië en Frankrijk werd opgekomen voor degenen wier kracht soms te weinig wordt gezien.
  • de bookmakers de waarheid maar half in pacht hadden. Het land dat hen en ons het meest verraste was Noord-Macedonië, dat eerste werd bij de jury’s en uiteindelijk als zevende eindigde, de beste Macedonische prestatie ooit. Tamara Todevska zorgde er op die manier voor dat er een einde kwam aan een reeks van zes keer niet-kwalificeren.
  • helaas sommige vakjury’s hun geloofwaardigheid voor de zoveelste keer ernstig op het spel hebben gezet. Dat Griekenland en Cyprus elkaar wéér twaalf punten gaven (de professionele jury’s van die landen dus!) werd in de zaal met luid hoongelach en boe-geroep begroet. Ook bij enkele Scandinavische en Balkanlanden gebeurde dit.
  • het probleem van de startvolgorde blijft. Als je vroeg moet optreden verlies je sneller dan wanneer je als een van de laatsten moet. Met name in de eerste halve finale werd dat zichtbaar. Vrijwel alle landen aan het eind van de show gingen door, vrijwel alle landen aan het begin van de show bleven achter. Dit lijkt een onoplosbaar probleem.

9.
(Klein eigen conclusietje)
Ook dit jaar mochten we weer méér lezers begroeten. Eurostory heeft een bijzondere week mogen beleven in Israël, en we zijn blij dat jullie niet alleen over de artiesten wilden lezen, maar ook belangstelling hadden voor onze interviews en columns waarin we het ambigue gevoel van een muziekfeest in Israël aanstipten.

We willen de leden van onze Eurostory Award vakjury bedanken, en vooral iedereen die iets voor ons vertaalde, schreef of tekende, met name Koonian, Flo, Getty Kaspers, Saskia Halfmouw, Sandra Hessels, Lars Koning, Albert Meijer, Sem Anne van Dijk, José Tavares, Jaap Friso en Thomas Batelaan.

Nu Nederland volgend jaar gaat laten zien hoe het Songfestival tintelend zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt, is de kans dat wij er dan ook weer zijn zo groot als een arcade. We hopen jullie in dat geval te mogen terugzien. En vind je dat we iets kunnen verbeteren, heb je een suggestie of wil je ons helpen met de transcriptie van een interview, met sponsoring, met een vertaling naar het Engels of een andere taal: laat het weten op info [at] eurostory.nl.

Groet!
Dave Boomkens, Jelmer Soes, Zeno Kapitein, Edward van de Vendel.