Monaco

Hoewel het dwergstaatje Monaco op het Eurovisie Songfestival tijdens maar liefst tweederde van al zijn deelnames in de top tien belandde (en bij eenderde zelfs in de top vijf) begon en eindigde het Eurovisie-avontuur ronduit slecht.

Tijdens het Monegaskische debuut in 1959 werd maar één punt behaald, en dus een laatste plaats. Het land deed vervolgens tot en met 1979 mee. Na jaren van afwezigheid was er bij de terugkeer in 2004 echter drie keer op rij een plek in de alleronderste regionen van de halve finale. Geen succes en geen geld: reden voor Monaco om na 2006 - voorlopig definitief - af te haken.

Nooit deed er een inwoner uit het land zelf mee, vrijwel altijd waren het Franse artiesten die 'geleend' werden. Dat leidde in 1971 tot het hoogtepunt: de overwinning van zangeres Séverine met Un banc, un arbre, une rue, een ware festivalklassieker.

Prestatie

Deelnames 24
Gemiddelde Prestatie 45.9%

Deelnames

Athene 2006
Séverine Ferrer — La coco-danse
(Phil Bosco/Iren Bo)
21e
14
Kyiv 2005
Lise Darly — Tout de moi
(Didier Fabre/Phil Bosco)
24e
22
Istanbul 2004
Maryon — Notre planète
(Phil Bosco)
19e
10
Jeruzalem 1979
Laurent Vanguener — Notre vie, c'est la musique
(Paul de Senneville/Jean Baudlot/Jean Albertini/Didier Barbelivien)
16e
12
Parijs 1978
Caline & Olivier Toussaint — Les jardins de Monaco
(Paul de Senneville/Olivier Toussaint/Jean Albertini/Didier Barbelivien)
4e
107
Londen 1977
Michèle Torr — Une petite Française
(Paul de Senneville/Olivier Toussaint/Jean Albertini)
4e
96
Den Haag 1976
Mary Christy — Toi, la musique et moi
(Georges Costa/Gilbert Sinoué)
3e
93
Stockholm 1975
Sophie — Une chanson c'est une lettre
(André Popp/Boris Bergman)
13e
22
Brighton 1974
Romuald — Celui qui reste et celui qui s'en va
(Jean-Pierre Bourtayre/Michel Jourdan)
4e
14
Luxemburg 1973
Marie — Un train qui part
(Bernard Liamis/Boris Bergman)
8e
85
Edinburgh 1972
Anne-Marie Godart & Peter MacLane — Comme on s'aime
(Raymond Bernard/Jean Dréjac)
16e
65
Dublin 1971
Séverine — Un banc, un arbre, une rue
(Jean-Pierre Bourtayre/Yves Dessca)
1e
128
Amsterdam 1970
Dominique Dussault — Marlène
(Eddie Barclay/Jimmy Walter/Henri Dijan)
8e
5
Madrid 1969
Jean-Jacques — Maman, maman
(Jo Perrier)
6e
11
Londen 1968
Line & Willy — À chacun sa chanson
(Jean-Claude Oliver/Roland Valade)
7e
8
Wenen 1967
Minouche Barelli — Boum-badaboum
(Serge Gainsbourg)
5e
10
Luxemburg 1966
Téréza — Bien plus fort
(Gérard Bourgeois/Jean-Max Rivière)
17e
0
Napels 1965
Marjorie Noël — Va dire à l'amour
(Raymond Bernard/Jacques Mareuil)
9e
7
Kopenhagen 1964
Romuald — Où sont-elles passées
(Francis Lai/Pierre Barouh)
3e
15
Londen 1963
Françoise Hardy — L'amour s'en va
(Françoise Hardy)
5e
25
Luxemburg 1962
François Deguelt — Dis rien
(Henri Salvador/René Rouzaud)
2e
13
Cannes 1961
Colette Deréal — Allons, allons les enfants
(Hubert Giraud/Pierre Delanoë)
10e
6
Londen 1960
François Deguelt — Ce soir-là
(Hubert Giraud/Pierre Dorsey)
3e
14
Cannes 1959
Jacques Pills — Mon ami Pierrot
(Florence Veran/Raymond Bravard)
11e
1

Gerelateerde berichten