2020 leek even een verloren jaar voor The Roop. De Litouwse band stond met On fire hoog bij de bookmakers – het zou de hoogste Eurovisie-score ooit worden voor het land. En toen werd het afgelast. Een harde klap voor de band, die hoopte zichzelf en Litouwen op de kaart te zetten. Maar nu, een jaar later, komen ze na een monsteroverwinning in de Litouwse voorronde alsnog op het grote Eurovisie-podium te staan, waar ze hun Discoteque (zonder ‘h’) naar de huiskamer willen brengen.

Van Covid naar Discoteque
Het contrast met vorig jaar maart kan haast niet groter zijn, toen leadzanger Vaidotas Valiukevicius in een openhartig interview midden in de Litouwse bossen zijn verslagenheid over de afgelasting onder woorden bracht. (We schreven er dit over.)

Maar daarna gingen alle deuren open. Ze gaven verschillende concerten, ze kregen vijf M.A.M.A. music awards nominaties en diverse andere prijzen (waaronder een speciale award voor hun bijdrage aan de internationale bekendheid van hun land). En als klap op de vuurpijl zetten de mannen hun handtekening voor een platendeal bij Warner Music Finland, de Finse tak van één van de drie grootste platenmaatschappijen ter wereld.

Bevrijding
Discoteque
is één van de vijftien nieuwe kindjes uit deze platendeal, (waarvan de meeste op hun komende plaat zullen verschijnen). Het is een opwindende track waarin funk, disco en moderne elektronische muziek worden gecombineerd. Het is geschreven door Ilkka Wirtanen, Kalle Lindroth, Laisvunas Cernovas en de drie bandleden van The Roop: Mantas Banišauskas, Robertas Barnauskas en Vaidotas Valiukevičius.

De boodschap van het nummer ligt in het verlengde van On fire. Waar The Roop in On fire uitdraagt dat je nooit te oud bent om je dromen na te jagen (zie ons artikel van vorig jaar), voegen ze hier nu aan toe: maar de échte bevrijding komt van binnenuit. ‘Dus’, zeggen ze, ‘met dit lied en met deze beweging willen we de geest bevrijden; de geest die te veel zelfkritiek heeft, de geest die het eigen lichaam niet wil accepteren, de geest die de eigen aantrekkelijkheid belemmert.’

Dans
En dat hun lied een beweging is, kun je letterlijk opvatten. Want de strategie om die bevrijding voor elkaar te krijgen, is simpel: door dans.

Het lied is een pleidooi om tot jezelf te komen. Dansen hoeft niet mooi te zijn. Dansen hoeft geen pronken te zijn; dansen kan ook gewoon voor jezelf zijn. Je kunt ermee het kind in jezelf terugvinden. Er is geen enkel persoon op de wereld die niet kan dansen. Dans is aangeboren. En bovendien kan het ‘alleen dansen’, zeker in deze tijden, ook wonden genezen.

By dancing on my own
I’m healing wounded soul
My body’s shaking, heart is breaking
Have to let it go

Kindertijd
De videoclip, die geregisseerd is door Saulius Baradinskas, zit vol visuele tekens van Vaidotas’ kindertijd. Hier en daar geeft hij ons wat hints: de jaren tachtig, de tv-serie Twin Peaks, Arvydas Sabonis, een legendarische Litouwse basketballer op wie bepaalde dansmoves zijn geïnspireerd, en Alice in Wonderland. Maar hoe deze referenties erin voorkomen gaat hij niet uitleggen, want, zo zegt hij: ‘Het is erg leuk om mensen bij de hele actie te betrekken.’

Dus. Actie!
In de clip zijn sommige visuele tekens wel heel opvallend. Neem de gele pakken voor de donkerpaarse gordijnen. Dit symboliseert mogelijk de duisternis waaruit wij onszelf bevrijden door te dansen. Ook de muziek draagt hieraan bij; donkere synths voeren de toon van de opmonterende discobeat. Vaidotas zegt in een interview dat het donkere geluid diepte geeft aan het nummer. ‘Als je je schaduw niet ziet, betekent dat dat je niet in het licht staat.’

Neem ook de vervormde zwart-wit geblokte vloer waarop ze dansen. Het zou een nostalgische jaren-vijftig-dansvloer (met denkbeeldige jukebox) kunnen zijn. Maar het zou ook een rechtstreekse verwijzing naar de Red Room in Twin Peaks kunnen zijn, die surreële ruimte met de zwart-witte zigzaglijnen op de vloer en de rode gordijnen. En ten slotte zou het ook nog – en hier komt Alice in Wonderland in beeld – een schaakbord kunnen zijn.

Through the looking glass
En zo brengt The Roop ons Through the looking glass in de wondere wereld van Alice. In deze klassieker van Lewis Carroll belandt Alice in een wereld die werkt volgens de regels van een schaakspel. Er zijn koninginnen, die alles overzien en met veel machtsvertoon het bord beheren; er zijn paarden, die iets lager staan maar nog steeds veel macht hebben. En er is Alice… en Alice is een pion. Het zwakste schaakstuk. Ze kan maar één vakje vooruitkijken, en één vakje per keer bewegen.

Het schaakbord is de maatschappij in het klein. Strak omkaderd, met rechte vakken. Alice wordt onderdrukt door dit sociale systeem waarin ze (als jong meisje) nog niets te zeggen heeft. Ze moet zich houden aan de gedragsregels.

Zonder ‘h’
Ook 150 jaar na Lewis Carroll leven we in zo’n maatschappij met gedragsregels. Één zo’n regel is dat je niet zomaar gaat dansen, tenzij daar een ‘sociale’ reden voor is. Dansen doe je in een discotheque. Maar, zegt The Roop, dan halen we die ‘h’ toch weg. En dan noemen we ons eigen huis een discoteque, want in een discoteek mogen we best dansen. The Roop breekt de regels, en ze dansen vrijuit over het schaakbord.

Rozijnen
De schaakbordsymboliek is niet per se waar, staat niet zwart op wit. En die geheimzinnige openheid voor interpretatie geldt voor het hele lied, voor de clip, voor de band en vooral voor Vaidotas. Zij zullen geen betekenissen ontkrachten. Het allerbelangrijkste is dat je gewoon meedoet. Dat je bepaalde dansmoves eruit pikt om te leren. ‘De performance heeft rozijnen’, zegt Vaidotas in een interview.

Één zo’n rozijn is de ‘Finger dance’, een handbeweging die Vaidotas tegen het einde van het lied maakt (en die heel lastig is!). De oplettende kijker heeft het al gezien: ‘Is dit niet ook een verborgen aanwijzing? Maakt hij niet de letters ‘E’ en ‘V’? Van EuroVision?’ Ook dat raadsel blijft onopgelost. Maar duidelijk is wel dat mensen het willen leren. Tiktokkers hebben zich er massaal aan gewaagd; allemaal willen ze het trucje beheersen.

En dat is precies waar Vaidotas op doelt. Want zelfs de kleinste beweging is al een beweging. En als je die vingerbeweging onder de knie hebt, mag je best een beetje trots zijn op je lichaam.