Nederland levert dit jaar met Arcade voor de zestigste keer een liedje aan het Eurovisie Songfestival. En dus was Eurostory benieuwd naar de ‘top zestig’. Naar de ranking. Wat waren de meest succesvolle inzendingen – als we ze objectief op een rij zetten?

We zochten naar de beste manier van berekenen. Dat bracht behoorlijk wat wiskundig hoofdkraken. We kwamen uit op percentages (hoeveel punten haalde de inzending van het maximaal te behalen aantal?) – en dan afgezet tegen het percentage van het winnende land van het betreffende jaar. Voor wie precies wil weten hoe we rekenden: de uitleg staat onderaan dit artikel.

In elk geval brengen we nu in zes afleveringen de complete lijst, met bijzonderheden per liedje. Vandaag: nummers 40-31.

NB (1) – Vier keer waren we er niet bij, twee keer omdat we gediskwalificeerd waren vanwege een te lage score (1995 en 2002), twee keer omdat het festival op 4 mei, dodenherdenking, viel (1985 en 1991).

NB (2) – Omdat er in het eerste jaar (1956) twéé liedjes per land waren is Arcade wel onze zestigste deelname, maar ons eenenzestigste lied.


40: Sieneke – Ik ben verliefd (Sha-la-lie) (2010, 0,08%)

De TROS probeerde het in 2010 eens anders: niet één artiest werd gekozen (zoals in 2009 met De Toppers), maar één liedjesschrijver: Pierre Kartner (Vader Abraham). Die één liedje leverde: Ik ben verliefd (Sha-la-lie). Dat lied werd vervolgens gezongen door vijf uitvoerenden.

Het werd het rommeligste Nationaal Songfestival ooit. De vijf jonge artiesten hadden elk een bekende collega als coach, maar er haakten diversen van hen af omdat ze ofwel de opzet of het liedje niet goed vonden. Na de puntentelling bleek ook nog eens dat twee van de vijf jonge artiesten evenveel punten hadden. Componist Pierre Kartner moest de doorslag geven. Dat wilde hij niet (nadat hij eerst verkapt aangaf dat hij nóg iemand anders zou hebben gekozen). ‘Ik kan het niet doen, ik vind ze beiden even sterk.’ Hij stelde voor kop of munt te doen. Dat mocht niet van de programmaleiding. Toen de presentatrice uit wanhoop raad begon te vragen aan de jury, riep Kartner opeens Sieneke als winnares uit. En toen vielen er slingers naar beneden – bij de verkeerde kandidaat.

Hoe dan ook, voor het optreden in Oslo werd er alles aan gedaan om een mooie act neer te zetten, inclusief compleet draaiorgel, maar het mocht niet baten. Zangeres Sieneke hield er overigens wél een aardige zangcarrière aan over.


39: Michelle – Out on my own (2001, 0,08%)

Michelle Courtens was de jonge, onbekende artieste die het Nationaal Songfestival van 2001 won en daarmee de favoriet Ebonique met So much love versloeg. Ze moest in Kopenhagen het Eurovisie Songfestival openen en daarmee viel Out on my own, een breekbaar liedje over voor het eerst op kamers gaan en de wereld in trekken, een beetje weg. Ondanks een mooi cello-arrangement en een opvallende staging: Michelle en haar twee achtergrondzangeressen voerden een groot gedeelte van het liedje uit terwijl ze op de grond zaten.

De deelname aan het festival was niet gemakkelijk voor Michelle. In Het Grote Songfestivalboek vertelt ze over de onenigheid met de componist en de producer van het lied (die haar niet als mede-songwriter op wilden voeren), en over haar management dat haar van hot naar her sleepte, waardoor ze uitgeput aankwam bij het festival. Ook zegt ze: ‘Ik had gewoon niet het sterkste liedje. Maar het was wel puur en ik geloof nog steeds in het nummer.’

Hoewel Nederland volgens de toen geldende regels na haar achttiende plaats een jaar moest overslaan, leek het Nederlandse publiek haar dat niet kwalijk te nemen: Out on my own werd tóch een hitje.


38: Glennis Grace – My impossible dream (2005, 0,12%)

Verspreid over vier voorrondes werden tijdens het Nationaal Songfestival van 2005 maar liefst 24 liedjes voorgesteld. Er zat een nummer van Johnny Logan bij (tweevoudig Eurovisiewinnaar), dat tweede werd,en ook onze Eurovisiedeelnemer van 2014 en 2018, Waylon, deed mee (in duo). Maar het was Glennis Grace die verreweg de meeste punten kreeg voor haar My impossible dream.

Na haar niet compleet geslaagde Eurovisiedeelname (ze kwam niet door de halve finale heen) bleek Nederland geen weerstand te kunnen bieden aan deze zangeres-met-ongelooflijke-stem. Er volgden grote concerten en grote hits. In 2018 werd haar naam zelfs wereldwijd bekend door haar deelname aan America’s Got Talent, waar ze wél in de finale kwam.

My impossible dream was een grootse ballade, die indrukwekkend gezongen werd, en over het najagen van je allergrootste en misschien wel onmogelijke droom ging: ‘The gauntlet has been thrown, my colours have been shown. Now I seek my impossible dream.’

Tekenend voor de status van de artiest Glennis Grace is dat de laatste jaren voortdurend de vraag opduikt: ‘Zou ze weer mee willen doen? Is dit het jaar van de Eurovisierevanche van Glennis Grace?’


37: Conny Vandenbos- ‘t Is genoeg (1965, 0,16%)

Als auteursnaam staat voor ‘t Is genoeg ene Joke van Soest. Dat was de naam van de vrouw van tv-producent Karel Prior. Die het Nationaal Songfestival van 1965 produceerde, en dus zijn eigen wedstrijd won. Hij vond destijds dat hij dat niet kon maken, en gaf een andere naam als tekstschrijver op.

Er deden vijf gerenommeerde artiesten mee aan die voorronde. Elk zongen ze (tijdens verschillende uitzendingen) drie liedjes, waarbij Conny Vandenbos eigenlijk hoopte dat haar Van de week zou winnen.

Ze werd elfde op het baanbrekende festival van 1965 (baanbrekend omdat de moderne beatmuziek zijn intrede deed, met het winnende Poupée de cire, poupée de son, van France Gall, geschreven door de legendarische Serge Gainsbourg). ‘t Is genoeg was een licht teken van de emancipatoire tijdgeest van de jaren zestig. De vrouw pikt de streken van de man niet meer en roept hem gedesillusioneerd een halt toe: ‘‘k Heb veel mannen gekend en ook illusies. In romances geloof ik al lang niet meer. Op den duur vindt toch elk avontuur
in verdriet z’n ontknoping.’

Hoewel Vandenbos (die jong overleed, in 2002) een jaar na het Songfestival een nieuwe ‘boze’ hit scoorde met Ik ben gelukkig zonder jou, werd ze later nóg bekender door juist heel romantische liedjes als Een roosje, m’n roosje.


36: Maywood – Ik wil alles met je delen (1990, 0,17%)

Het duo Maywood, bestaande uit de zussen Alice en Karen, was in de jaren tachtig een ware hitleverancier. De ene klapper volgde op de andere: Late at night, Give me back your love en Rio zijn maar een paar voorbeelden. Maar aan het eind van dat decennium taande het succes een beetje, en dus deed Maywood gewoon als één van de twintig mee aan het Nationaal Songfestival 1990 (andere deelnemers waren bijvoorbeeld Gordon, toen nog aan het begin van zijn carrière, Tony Neef en Erik Mesie, eerder bekend als zanger van de band Toontje Lager.)

Maywood won, maar helaas ging er tijdens de Eurovisiefinale iets mis met de techniek. In de bridge van hun liedje Ik wil alles met je delen was een mooie trompetpartij gepland. De trompettist van het orkest stond dan ook netjes op om zijn kleine serenade te blazen, maar de microfoon werd niet open gezet, waardoor wat een euforisch hoogtepunt in het lied moest zijn een ver weg klinkend kindertoetertje was.

Niet veel later kreeg het duo ruzie, kwam na jaren ook weer bij elkaar (alles breed uitgemeten in de pers), maar nieuwe successen en een nieuwe samenwerking bleven uit.


35: Greetje Kauffeld – Wat een dag (1961, 0,19%)

Greetje Kauffeld, later een van onze allergrootste, ook internationaal vermaarde, jazz-zangeressen, had het al drie opeenvolgende jaren in de nationale voorrondes geprobeerd, maar in 1961 zou dat niet nog eens lukken, want door een staking wás er helemaal geen Nederlands Songfestival. Gelukkig werd Greetje rechtstreeks aangeduid en werd voor haar Wat een dag uitgezocht.

Componist Dick Schallies had de twee jaren ervoor ook al het liedje voor Nederland geschreven (Een beetje, 1959, en Wat een geluk, 1960). Ook de bijdrage in 1963 was van hem: Een speeldoos. De tekst van Pieter Goemans was niet gemakkelijk om te zingen: ‘Ik heb ongestraft zelfs in ‘t park aan de overkant bloemetjes geplukt.’

In ons Eurostory-interview zei Greetje Kauffeld over Wat een dag: ‘Het is een beetje jazzy. Het swingt. Het kán swingen. En de melodie is goed opgebouwd. Het gekke is: ik ben pas later gaan beseffen wat voor een goed liedje dat was. Niet speciaal de tekst, maar de melodie.’

Het festival vond dat jaar plaats in de Franse stad Cannes. Greetje: ‘ Ik had het liedje natuurlijk goed ingestudeerd, maar ik weet nog dat de vraag was wat ik met mijn armen ging doen. Met Piet te Nuyl, directeur van de VARA, en met Dolf, de dirigent, heb ik op mijn hotelkamer staan oefenen.’

Wat een dag werd gedeeld tiende (op zestien deelnemers). Kauffeld zette het nooit op de plaat. Niet omdat ze dat niet wilde, maar vanwege gedoe met rechten (‘Het had iets met de platenmaatschappij te maken. Het was allemaal heel ingewikkeld.’) Maar tijdens haar concerten zingt ze het liedje af en toe nog steeds. Als het past.


34: Linda Wagenmakers – No goodbyes (2000, 0,21%)

Linda Wagenmakers won met overmacht de Nationale Finale van 2000. Dat kwam natuurlijk door het vrolijke liedje, maar zeker ook door haar act. Wagenmakers droeg een enorme plastic jas-jurk van waaronder, aan het begin van het eerste refrein, haar dansers tevoorschijn stapten.

In Het Grote Songfestivalboek zegt Wagenmakers: ‘Ik heb het Songfestival altijd ervaren als een ontsnapping uit de harde wereld. Als je om je heen kijkt, is het één grote graftombe waarin allerlei nare dingen gebeuren. Het Songfestival is een eigen wereld waarin alles mogelijk is.’

Toch werd haar optreden in Stockholm op 13 mei 2000 volledig overschaduwd door juist die harde werkelijkheid. Eerder op die dag vond de vuurwerkramp in Enschede plaats. Na een uur werd daarom de uitzending van het Eurovisie Songfestival gestaakt. Linda had toen al opgetreden, maar er kon niet meer gestemd worden. Een back-up-jury leverde de punten van Nederland, en aan Linda werd pas na het festival verteld wat er in Nederland was gebeurd.

Na het festival speelde ze in diverse musicals, ze acteerde en trad op met bijvoorbeeld gospelrepertoire.


33: Hearts of Soul – Waterman (1970, 0,22%)

In 1970 treden bekende artiesten aan op het Nationaal Songfestival (o.a. Sandra Reemer, Joke Bruijs, Saskia & Serge) maar de onbekende zusjes Maessen (Patricia, Stella en Bianca) wonnen. Hun jazzy Waterman, over het gelijknamige sterrenbeeld, werd op het Eurovisie Songfestival gebracht onder de artiestennaam ‘Patricia and Hearts of Soul’, omdat er destijds nog een regel was het festival enkel toegankelijk was voor solisten.

Geen simpel liedje, qua tekst: ‘Sterrenbeeld, dat niet met harten speelt. Maar mensen helpen wil, altijd. Jij kent gewoon geen ruwe heerserstoon. Jij zoekt altijd naar warme mens’lijkheid.’ Het kwam in Amsterdam (waar het festival georganiseerd werd) niet verder dan een zevende plek, op twaalf deelnemers.

De jonge Stella was ernstig ontgoocheld: ‘Ik was zó teleurgesteld in mezelf. Ik heb ergens achter de coulissen in mijn eentje staan huilen. De andere twee hadden dat niet, maar ja, ik was pas zestien. Eigenlijk werd ik – ik was nog een kind – voor de leeuwen gegooid. Omdat er iemand anders won had ik het idee dat ik het niet goed had gedaan. Je weet hoe een kind is, je wilt altijd winnen en de beste zijn. Als ik er nu op terugkijk denk ik, och god, toch wel schattig hè?’

De meisjes deden nog eens mee, in 1977 maar dan voor België, als Dream Express. Stella vertegenwoordigde in haar eentje de Franstalige Belgen in 1982, met Si tu aimes ma musique. Patricia stond ook nog twee keer op het Songfestival, in het achtergrondkoor van Sandra Kim (1986) en Plastic Bertrand (1987).


32: Frizzle Sizzle – Alles heeft ritme (1986, 0,23%)

Vijf artiesten met elk twee liedjes, zo zag het Nationaal Songfestival van 1986 eruit, en de tintelende meisjesgroep Frizzle Sizzle won. Niet met hun liedje Eenmaal jong, maar met Alles heeft ritme (dat soms ook Alles heeft een ritme wordt genoemd).

Frizzle Sizzle bestond uit vier jonge vrouwen die elkaar kenden van het Kinderen voor Kinderen-koor: Mandy Huydts en Marjon Keller, en de zussen Karin en Laura Vlasblom. Na het Songfestival (waar ze optraden op blote voeten, in ruime kleding, met jaren-tachtig-pasteltinten) was het, ondanks hun dertiende plaats, niet meteen afgelopen met de groep. Ze scoorden nog een stuk of vijf hitjes, voor de groep in 1989 ophield te bestaan.

Laura bleef geïnteresseerd in het Songfestival. Ze probeerde het opnieuw tijdens de nationale finales van 1992 (met Gouden bergen, tweede) en als lid van de groep Airforce in 2005 met How does it feel (óók tweede).

Alles heeft ritme heeft een bescheiden klassiekerstatus bereikt, misschien door het jonge niks-aan-de-hand-gevoel dat spreekt uit de tekst: ‘Neem de tijd voor alle dingen. Leef je eigen ritme. Alles kun je laten swingen. In je eigen ritme.’


31: Maribelle – Ik hou van jou (1984, 0,23%)

Als we het over Songfestivalklassiekers hebben: Ik hou van jou uit 1984 is misschien wel een van de bekendste. Ook al won de Volendamse Maribelle er totaal niet mee. Sterker nog: ze werd dertiende, en dat had iedereen van tevoren véél hoger ingeschat.

Maar, zoals gezegd, het lied kreeg een cultstatus, wat niet in het minst komt door coverversies van bijvoorbeeld Gordon, Roxeanne Hazes, Dana Winner en zelfs van grote internationale sterren als Cilla Black en Engelbert Humperdinck.

Ik hou van jou is eerder een hymne dan een liedje, en spreekt misschien daarom tot de verbeelding. Marietje Kwakman, wat de echte naam was van Maribelle, woon tegenwoordig op het Spaanse eiland Ibiza, maar zegt over haar klassering destijds: ‘Het was waarschijnlijk een jaar met veel snelle liedjes, en dan wint al snel één van dat soort nummers.’

Verdere grote hits bleven uit, maar ze nam Ik hou van jou nog wel op in het Frans, Engels en Duits. Overigens had ze ook al deelgenomen aan het Nationaal Songfestival van 1981, met Marionette (tweede) en Fantasie (derde).


Hoe berekenden we de percentages van deze lijst?

We zochten naar de meest objectieve manier om de prestaties van alle zestig Nederlandse liedjes tot nu toe tegen elkaar af te zetten.

De behaalde plek vergelijken was niet precies genoeg, omdat het aantal deelnemers door de tijd heen veel groter is geworden. Vierde worden op 42 deelnemers is veel beter dan vierde worden op 12 deelnemers.

Daarom keken we naar percentages. Om precies te zijn: het percentage van de punten. We berekenden per jaar hoeveel punten er maximaal gehaald konden worden, keken hoeveel punten de Nederlandse inzending behaalde en verkregen zo dus een behaald percentage.Maar: er zijn nogal wat verschillende soorten puntentellingen geweest. Sinds 1975 kennen we de ‘twaalf punten’ (wat tegenwoordig verdubbeld is omdat zowel jury als publiek eenzelfde aantal punten uitdeelt), maar in de zestiger jaren kwam het bijvoorbeeld voor dat elk land maximaal tien punten mocht uitdelen, maar die naar wens kon verdelen. In dat systeem is het aantal behaalde punten per land relatief veel lager omdat elke jury altijd in meer of mindere mate spreidde. In de praktijk betekent dat dat de winnaars in dat systeem veel verder onder het ‘maximaal haalbare aantal punten’ scoren dan de winnaars van ons huidige systeem.

Om dit te corrigeren en de ranking nog objectiever te maken besloten we niet alleen het percentage van het Nederlandse liedje te berekenen, maar ook dat van de winnaar, en vervolgens voor onze ranking de verhouding van het percentage van Nederland ten opzichte van het percentage van de winnaar leidend te laten zijn. De score van de winnaar zegt namelijk iets over hoeveel punten er gescoord ‘hadden moeten’ worden om te winnen in dat jaar. Door deze ratio te pakken blijft de score relatief, en bekijk je hoe goed Nederland het heeft gedaan ten opzichte van het winnende lied. Hoe kleiner de relatieve afstand die de Nederlandse inzending heeft tot de winnaar, hoe hoger de berekende ratio zal zijn en dus hoe hoger die inzending in de ranking komt te staan. 

Tenslotte zijn er nog de jaren met de halve finales. Om die goed mee te wegen tellen we de scores van een land van de halve finale bij de finale op, en zetten die af tegen de maximaal haalbare score van halve finale en finale bij elkaar. Als een Nederlandse inzending niet door de halve finale kwam, voeren we als ‘score’ in de finale 0 op. Daarna zetten we het totaal, zoals hierboven vermeld, weer af tegen de prestatie van de winnaar.

Nog twee opmerkingen:

  • Nederland won vier keer. In die gevallen is de afstand in procenten van Nederland ten opzichte van de winnaar natuurlijk 0%. Om toch een ranking onder die vier aan te brengen is gekeken naar het percentage van het totaal haalbare aantal punten. Hetzelfde geldt voor andere inzendingen die ex aequo eindigden.
  • 1971 t/m 1973: in deze jaren gaven de twee juryleden elk land een score tussen 1 en 5. Daardoor kreeg elk land dus in elk geval een ‘basisscore’ van 2 per jury. Die punten zijn in onze ranking van het scoretotaal van dat jaar afgetrokken. Ook is het maximaal haalbare aantal punten daar op 8 per jury gezet (en niet 10, want sowieso kreeg iedereen dus al 2 punten).