Nederland levert dit jaar met Arcade voor de zestigste keer een liedje aan het Eurovisie Songfestival. En dus was Eurostory benieuwd naar de ‘top zestig’. Naar de ranking. Wat waren de meest succesvolle inzendingen – als we ze objectief op een rij zetten?

We zochten naar de beste manier van berekenen. Dat bracht behoorlijk wat wiskundig hoofdkraken. We kwamen uit op percentages (hoeveel punten haalde de inzending van het maximaal te behalen aantal?) – en dan afgezet tegen het percentage van het winnende land van het betreffende jaar. Voor wie precies wil weten hoe we rekenden: de uitleg staat onderaan dit artikel.

In elk geval brengen we nu in zes afleveringen de complete lijst, met bijzonderheden per liedje. Vandaag: nummers 30-21.

NB (1) – Vier keer waren we er niet bij, twee keer omdat we gediskwalificeerd waren vanwege een te lage score (1995 en 2002), twee keer omdat het festival op 4 mei, dodenherdenking, viel (1985 en 1991).

NB (2) – Omdat er in het eerste jaar (1956) twéé liedjes per land waren is Arcade wel onze zestigste deelname, maar ons eenenzestigste lied.


30: Harmony – ‘t Is OK (1978, 0,24%)

Het was nog maar drie jaar geleden dat we gewonnen hadden (1975) met een vrolijk popnummer over ‘niks-aan-de-hand-pluk-een-bloem—enthousiasme (Ding-a-dong) en dus dacht men in 1978: kom, we proberen een vrolijk popnummer over ‘niks-aan-de-hand-pluk-een-bloem—enthousiasme’. Dat werd ’t Is OK. ‘Zing die melodie. Blij en in harmonie. Leef met wat sympathie voor mensen om je heen.’

Er wordt een gelegenheidsformatie bij gezocht: Rosina Lauwaars, Ab van Woudenberg en Donald Lieveld (Harmony). De nationale finale (met vier artiesten die ieder twee liedjes zingen) wordt makkelijk gewonnen, maar in Parijs belandt het trio op een dertiende plek. Producer Eddy Ouwens zegt er later over: ‘Er lonkt geen toekomst, het liedje had ik toevallig nog liggen, alles is meegenomen eigenlijk.’ Rosina Lauwaars: ‘Het blijft een toepasselijk liedje, voor elk jaar. Het zegt iets over de mensheid, dat je positief moet blijven.’

Ab woont tegenwoordig in Duitsland, Donald in Suriname, en Rosina zingt nog van tijd tot tijd (ze voerde tijdens Eurovision in Concert 2019 ’t Is OK zelfs nog een keer solo uit), maar is vooral ook heel actief op charitatief vlak, met name voor de organisatie ChildRight.


29: Heddy Lester – De mallemolen (1977, 0,26%)

Er stonden nogal wat bekende namen op het Nationaal Songfestival van 1977: Maggie MacNeal, Bonnie St. Claire, Rita Hovink. Maar de jonge Heddy Lester met haar metaforische liedje De mallemolen (over hoe ons leven een draaimolen is, en iedereen ‘zijn eigen paardje’ heeft en moet meedraaien) won.

Ne het Songfestival besloot Heddy Lester het liedje decennialang niet meer te zingen. Waarom? In ons Eurostory-interview zegt ze:  ‘Omdat ik dacht: ik heb godverdorie een heel repertoire en niemand piest ertegenaan! Ik kreeg een bloedhekel aan dat liedje. Jaha. Ik wilde het echt niet meer zingen. Ik zong het ook niet meer. Ik wilde het theater in, mijn liedjes doen, met teksten ertussendoor.’

Dat lukt: ze maakt bekroonde liedjesprogramma’s, werkt met Ramses Shaffy en acteert in klassieke stukken en in musicals. Ze neemt nog één LP op, maar daar maakt De mallemolen geen deel van uit. Wél Pats Boem, een liedje óver meedoen aan het Songfestival.

Tijdens Eurovisie wordt ze dertiende, maar het liedje neemt een vlucht. Paul de Leeuw neemt het op, Ben Cramer, tv-serie ‘t Schaep maar er zijn ook Finse, Deense, Spaanse, Zweedse en Portugese versies, plus de Engelse en de Duitse van Lester zelf. En na veertig jaar zingt ze het zelf eindelijk ook weer – héél af en toe.


28: Esther Hart – One more night (2003, 0,27%)

Opeens werd Esther Hart voor twee Nationale Finales geselecteerd: de Engelse en de Nederlandse. De BBC wilde dat ze een keus maakte en hoewel ze in het Verenigd Koninkrijk bij de laatste vier zat en in Nederland nog 31 andere inzendingen moest zien te verslaan, koos ze voor haar eigen land. One more night, een liedje van Tjeerd van Zanen en Alan Michael, die eerder One good reason (1999) voor Marlayne hadden geschreven, bracht haar de overwinning, al was ze er zelf van overtuigd dat Gordon met zijn I’ll be your voice(tweede)  op plek één zou belanden.

Het Songfestival was dat jaar in Riga. Esther werd er dertiende, maar kreeg wel een Marcel Bezençon Award: de door de artiesten zelf gekozen prijs voor beste uitvoerende. One more night was een up-tempo nummer over een liefde die wel wat langer zou mogen duren, want: ‘There’s a fire that burns within us, a flame that never dies. Like a river that runs right through me, a river, old and wise.’

Esther Hart bracht niet veel muziek meer uit na het festival, maar bouwde wel een mooie carrière op in allerlei genres en bij allerlei projecten, van Queen-concerten tot een jazz-tour en kinderrepertoire. Ze is docente op popacademies en vocal coach van Marco Borsato. Daarnaast organiseert ze J’aime la Vlie, een songfestival-festival. Misschien is dat wel omdat ze zo tevreden terugkijkt op haar deelname: ‘Het lied begon en opeens, na ongeveer een minuut, dacht ik: ik sta hier, ik sta hier nu gewoon! Wat een kick! En toen kon ik de spanning loslaten en heb ik onwijs genoten.’


27: Re-union- Without you (2004, 0,29%)

In 2004 werd, om alle landen mee te kunnen laten doen aan het Eurovisie Songfestival, de halve finale geïntroduceerd. De eerste Nederlandse act die zich daardoorheen moest zien te worstelen was het duo Re-union (Fabrizio Pennisi en Paul de Corte). En dat lukte wonderwel: ze mochten naar de finale, iets wat Nederland daarna negen jaar niet meer voor elkaar kreeg.

Paul de Corte in ons Eurostory-interview: ‘In de halve finale werden we mooi zesde, maar daarna twintigste, in de finale, en dat was verbijsterend. Vooral Fabrizio en Ed [componist/producer] hebben toen behoorlijk heftige uitspraken gedaan. Ed is er echt helemaal kapot van geweest. Die zat tegen het depressieve aan. Het heeft maanden geduurd voor hij weer iets gedaan kreeg in de studio. Het leek wel of zijn hart gebroken was. Nu denk ik: er had een tweede single klaar moeten liggen, meteen na terugkomst uit Istanbul. Toen Ed uiteindelijk weer wat beter in zijn vel kwam te zitten, was het gewoon te laat. Fabrizio was behoorlijk teleurgesteld om wat er op het festival gebeurd was. En zelf ben ik er ook nog steeds van overtuigd dat er iets niet klopte.’

Het duo valt uiteen. Hoewel Paul de Corte nog lang actief is in een veelgevraagde cover band kiest hij daarnaast voor een horeca-loopbaan. Feit blijft dat het kleine mooi-harmonieuze liedje dat ze zongen, Without you, het in de nationale voorronde won van grote namen als Charley Luske en zelfs drievoudig Eurovisiewinnaar Johnny Logan, die een song schreef voor Arno Kolenbrander.


26: OG3NE – Lights and shadows (2017, 0,31%)

Nadat de zussen Lisa, Amy en Shelley Vol in 2014 The Voice of Holland winnen, vraagt een groot gedeelte van het Nederlandse publiek er jarenlang om: kunnen die drie niet naar Eurovisie? De selectiecommissie kiest in 2017 inderdaad voor het trio en geeft ze de uiteindelijke stem bij het kiezen van een lied. Het wordt Lights and shadows, een song die geschreven is door hun vader en door de vriend van Shelley.

Het lied ontstaat naar aanleiding van de ziekte van de moeder van de drie zussen en bevat daarom persoonlijke regels als ‘Though the hallway catches light, it won’t reach the corner where you strongly fight, here in the shadow.’ Lisa vertelde tijdens een interview met Eurostory: ‘Je kunt er meerdere plekken bij zien, maar in ons hoofd is dat wel een beetje het ziekenhuisbeeld, ja. En ook de lights and shadows die erin beschreven worden: er is licht, maar het bereikt jou net niet. Als je in een ziekenhuis ligt, voel je je op een plek waar geen buitenwereld bij komt. Alsof je buiten de maatschappij ligt.’ Ook in de rest van het lied staan sterke persoonlijke zinnen: ‘Cause you are so much more to me than the one who lifts us on your shoulders, I can only hope once you fly you’ll be free.’

Niet lang na Eurovisie (waar OG3NE vierde wordt in de halve finales en elfde in de finale) overlijdt hun moeder. De meisjes zetten hun glorieuze loopbaan voort met nieuwe hits en razendsnel uitverkochte concertseries.


25: Justine Pelmelay – Blijf zoals je bent (1989, 0,33%)

Tijdens het Nationaal Songfestival van 1989 wint de tot dan toe onbekende Justine Pelmelay met gemak: haar Blijf zoals je bent gaat naar het Eurovisie Songfestival. Maar als ze er nu op terugkijkt ziet Justine vooral een klein, naïef meisje. Dat bovendien met heel andere, veel persoonlijker zaken bezig is. Ze neemt een geheim nieuw vriendje mee naar het festival en niet haar eigen man. Die dus na haar winst op tv ziet dat ze iemand anders heeft.

Tijdens de internationale wedstrijd is Blijf zoals je bent een van de favorieten. Vreemd genoeg wordt Justine slechts vijftiende, wat misschien te maken heeft met de laatste lange noot die net niet helemaal goed gaat. Justine: ‘Ik was gewoon een lief meisje dat voor Nederland uitkwam. Dat gedragen werd door het Nederlandse publiek, maar ik moest wel wat presteren. Nou, precies dat: je moet presteren. En die druk kon ik niet aan. Ik weet niet goed hoe ik dat moet uitleggen.’

Toch blijft haar liedje een publieksfavoriet. Ze zingt het nog vaak bij Eurovisieconcerten. Ze scoort geen grote hits meer, maar neemt diverse songs op in diverse genres, en is op televisie te zien in reality-programma’s waarin ‘sterren’ afvallen of van een duikplank springen.

Haar persoonlijke leven blijft turbulent. Ze is een van de opvarenden van de gekapseisde veerboot Costa Concordia (2012) en wordt in datzelfde jaar gediagnosticeerd met een levensbedreigende ziekte. Hoe dapper ze met de gevolgen van dat rampjaar omgaat vertelde ze in dit interview.


24: Sandra Reemer – The party’s over now (1976, 0,34%)

Een jaar na de mooie overwinning van Teach-In in Stockholm met Ding-a-dong wordt het Songfestival in Den Haag gehouden, maar eerst moet nog een nieuwe afvaardiging gezocht worden. Bekende artiesten doen mee aan het Nationaal Songfestival: de groep Lucifer (met Margriet Eshuys als frontvrouw), de duo’s Bolland & Bolland, Spooky & Sue en Rosy & Andres, en Sandra Reemer – als soliste.

Dat laatste is enigszins pikant, want vlak ervoor is het succesvolle duo Sandra & Andres (deelnemers voor Nederland in 1972 met Als het om de liefde gaat) op onvriendelijke wijze uit elkaar gegaan. Sandra is vervangen door Rosy, en ze zijn nu dus elkaars concurrenten. Maar Sandra wint met het sfeervolle liedje The party’s over now.

Het lied vertelt over een vrouw die naar een feestje gaat en daar haar ex-geliefde ziet: The party’s on, and he who was mine seems really to enjoy it. I hear him whisper sweet words, but not to me…’ Sandra Reemer zou later in dit interview zeggen dat het niet een van haar favoriete nummers bleef: ‘Het is een hartstikke leuk liedje. Maar muzikaal gezien ligt mijn hart ergens anders. En tekstueel klopt het niet. Er zitten Engelse fouten in de tekst.’

Na 1976 deed Sandra nog eens mee aan het Songfestival, in 1979, met Colorado. En nog wat later werd ze een bekend tv-presentatrice. Helaas overleed ze in 2017, veel te vroeg, aan de gevolgen van borstkanker.


23: Waylon – Outlaw in ’em (2018, 0,37%)

Via een spannend en geinig filmpje werd bekendgemaakt dat Waylon, een van onze grootste sterren, de Nederlandse inzending zou zijn voor het Eurovisie Songfestival van 2018. Zijn deelname betekende een terugkeer, aangezien hij tijdens het festival van 2014 samen met Ilse DeLange The Common Linnets vormde en tweede werd met Calm after the storm.

In 2018 mocht hij zelf zijn song uitkiezen. Dat gebeurde op een originele manier. In de dagelijkse talkshow De wereld draait door zong hij van maandag tot en met vrijdag steeds één liedje, en aan het eind van de week onthulde hij dat hij voor het meest ruige nummer gekozen had: Outlaw in ‘em.

Het lied had ook op het repertoire kunnen staan van een van zijn helden, de country outlaws. Het had behalve een jagende melodie dan ook een tekst die welluidend de vroegere outlaws, en daarmee ook de moderne outlaws, opriep: ‘Everybody’s got a couple scarred up knuckles, blood on their boots and their back up buckle.’

Over de vraag of hij zelf ook zo’n outlaw is zei hij hier: ‘Kijk, dat je leeft is niet je eigen keuze. Iedereen is ontstaan – of veelal, in ieder geval – vanuit een egoïstische overweging: wij willen kinderen. En dan word je op de aarde gezet en heb je sowieso, wat mij betreft, het recht om het in ieder geval één keer op je eigen manier te proberen.’

Samen met zijn dansers (die aan ‘krumping’ doen) bereikte Waylon in de halve finale de zevende en in de finale de achttiende plek.


22: Linda Williams – Het is een wonder (1981, 0,38%)

Het is haar enige bekende liedje gebleven: Het is een wonder, uitgekozen tijdens het Nationaal Songfestival van 1981, waaraan ook artiesten als Maribelle (in 1984 onze deelneemster met Ik hou van jou) en Ben Cramer (onze Eurovisie-artiest in 1973 met De oude muzikant) meedoen.

Het lieflijke, beetje volksdansachtige Het is een wonder (dat eerst de titel Het is weer zomer had) wordt dus eerste, en haar tweede liedje in die voorronde, Zo is het leven, wordt zevende. In Dublin is haar doel om bij de eerste tien te eindigen. Dat lukt haar: Het is een wonder bereikt de negende plek.

Harriët Willems (echte naam van Linda Williams) is erg nerveus van tevoren, maar haar producer, vriend en platenbaas Bart van der Laar zegt: ‘Meiske, gij kúnt niet vals zingen. Da kénde gij nie.’ Na het festival zijn er behoorlijk wat aanvragen, ook uit België en Duitsland, maar in het najaar slaat het noodlot toe: Bart van der Laar wordt vermoord (de vermaarde ‘showbizzmoord‘, nog altijd onopgelost). Dat slaat de energie uit de carrière van Linda Williams, hoewel ze veel werk als achtergrondzangeres blijft doen. Bijvoorbeeld in 1993, bij Dana Winner, die óók Het is een wonder zingt. Linda zingt het dan voor het eerst sinds lange tijd opnieuw, nu als backing vocal.

Het verdere leven van Linda Williams is soms behoorlijk turbulent (waarover ze hier vertelt), maar ze reist wel in 1999 opnieuw naar het Eurovisie Songfestival. In het koor van de Vlaamse Vanessa Chinitor en haar liedje Like the wind.


21: Ben Cramer – De oude muzikant (1973, 0,38%)

In 1973 werd Ben Cramer rechtstreeks aangeduid. Hij zong in een kleine voorronde vier liedjes en een vakjury koos daar niet het door Cramer zelf geschreven Melodie uit, maar: De oude muzikant. Dat liedje was, net als Cramers grootste hit De clown van twee jaar eerder, van de hand van de in die tijd zeer geliefde Pierre Kartner (Vader Abraham) .

Het liedje wordt veertiende op zeventien deelnemers, maar verschijnt toch in de verschillende Nederlandse hitparades. Cramer neemt een Engelse, Duitse en Franse versie op, om zo in meerdere Europese landen het verhaal van de bekende artiest uit Parijs te vertellen, die nu verloederd accordeon zit te spelen op straat.

Het is de enige keer dat Nederland een onvervalste smartlap naar het festival stuurt. Componist Pierre Kartner zou in 2010 nog wel het liedje Ik ben verliefd (Sha-la-lie) leveren, voor Sieneke.

Cramer onderhield nog een lange, bonte carrière (onder andere als musicalacteur) en probeerde het in 1981 opnieuw op het Nationaal Songfestival met Retour en Marianne. (Voor de volledigheid: ook in 1970 had hij al meegedaan aan de voorronde, toen met Julia.)


Hoe berekenden we de percentages van deze lijst?

We zochten naar de meest objectieve manier om de prestaties van alle zestig Nederlandse liedjes tot nu toe tegen elkaar af te zetten.

De behaalde plek vergelijken was niet precies genoeg, omdat het aantal deelnemers door de tijd heen veel groter is geworden. Vierde worden op 42 deelnemers is veel beter dan vierde worden op 12 deelnemers.

Daarom keken we naar percentages. Om precies te zijn: het percentage van de punten. We berekenden per jaar hoeveel punten er maximaal gehaald konden worden, keken hoeveel punten de Nederlandse inzending behaalde en verkregen zo dus een behaald percentage.Maar: er zijn nogal wat verschillende soorten puntentellingen geweest. Sinds 1975 kennen we de ‘twaalf punten’ (wat tegenwoordig verdubbeld is omdat zowel jury als publiek eenzelfde aantal punten uitdeelt), maar in de zestiger jaren kwam het bijvoorbeeld voor dat elk land maximaal tien punten mocht uitdelen, maar die naar wens kon verdelen. In dat systeem is het aantal behaalde punten per land relatief veel lager omdat elke jury altijd in meer of mindere mate spreidde. In de praktijk betekent dat dat de winnaars in dat systeem veel verder onder het ‘maximaal haalbare aantal punten’ scoren dan de winnaars van ons huidige systeem.

Om dit te corrigeren en de ranking nog objectiever te maken besloten we niet alleen het percentage van het Nederlandse liedje te berekenen, maar ook dat van de winnaar, en vervolgens voor onze ranking de verhouding van het percentage van Nederland ten opzichte van het percentage van de winnaar leidend te laten zijn. De score van de winnaar zegt namelijk iets over hoeveel punten er gescoord ‘hadden moeten’ worden om te winnen in dat jaar. Door deze ratio te pakken blijft de score relatief, en bekijk je hoe goed Nederland het heeft gedaan ten opzichte van het winnende lied. Hoe kleiner de relatieve afstand die de Nederlandse inzending heeft tot de winnaar, hoe hoger de berekende ratio zal zijn en dus hoe hoger die inzending in de ranking komt te staan. 

Tenslotte zijn er nog de jaren met de halve finales. Om die goed mee te wegen tellen we de scores van een land van de halve finale bij de finale op, en zetten die af tegen de maximaal haalbare score van halve finale en finale bij elkaar. Als een Nederlandse inzending niet door de halve finale kwam, voeren we als ‘score’ in de finale 0 op. Daarna zetten we het totaal, zoals hierboven vermeld, weer af tegen de prestatie van de winnaar.

Nog twee opmerkingen:

  • Nederland won vier keer. In die gevallen is de afstand in procenten van Nederland ten opzichte van de winnaar natuurlijk 0%. Om toch een ranking onder die vier aan te brengen is gekeken naar het percentage van het totaal haalbare aantal punten. Hetzelfde geldt voor andere inzendingen die ex aequo eindigden.
  • 1971 t/m 1973: in deze jaren gaven de twee juryleden elk land een score tussen 1 en 5. Daardoor kreeg elk land dus in elk geval een ‘basisscore’ van 2 per jury. Die punten zijn in onze ranking van het scoretotaal van dat jaar afgetrokken. Ook is het maximaal haalbare aantal punten daar op 8 per jury gezet (en niet 10, want sowieso kreeg iedereen dus al 2 punten).