Nederland levert dit jaar met Arcade voor de zestigste keer een liedje aan het Eurovisie Songfestival. En dus was Eurostory benieuwd naar de ‘top zestig’. Naar de ranking. Wat waren de meest succesvolle inzendingen – als we ze objectief op een rij zetten?

We zochten naar de beste manier van berekenen. Dat bracht behoorlijk wat wiskundig hoofdkraken. We kwamen uit op percentages (hoeveel punten haalde de inzending van het maximaal te behalen aantal?) – en dan afgezet tegen het percentage van het winnende land van het betreffende jaar. Voor wie precies wil weten hoe we rekenden: de uitleg staat onderaan dit artikel.

In elk geval brengen we nu in zes afleveringen de complete lijst, met bijzonderheden per liedje. Vandaag: de nummers 20-11.

NB (1) – Vier keer waren we er niet bij, twee keer omdat we gediskwalificeerd waren vanwege een te lage score (1995 en 2002), twee keer omdat het festival op 4 mei, dodenherdenking, viel (1985 en 1991).

NB (2) – Omdat er in het eerste jaar (1956) twéé liedjes per land waren is Arcade wel onze zestigste deelname, maar ons eenenzestigste lied.


20: Xandra – Colorado (1979, 0,41%)

Ze deed al twee keer eerder mee aan het Songfestival, in 1972, samen met haar toenmalige partner Andres, als Sandra & Andres, met Als het om de liefde gaat (vierde) en in 1976 solo, met The party’s over now (negende). Maar in 1979 mocht ze alle liedjes zingen in de voorronde, en werd Colorado uitgekozen. Al leek Intercity vooraf ook een kanshebber.

Colorado was een van de songs die door haar toenmalige producers Rob & Ferdi Bolland (ook bekend als het jongensduo Bolland & Bolland, dat zelf in 1976 aan de voorronde meegedaan en verloren had van… Sandra ) voorgesteld was voor haar nieuwe album. Ze veranderde enigszins van stijl, koos voor country (soms: countryrock) en vond dat daar een bandnaam bij paste. Dat werd Xandra.

Met ook een nieuwe look (namelijk: een heel, heel lange vlecht) trad Xandra aan in de finale in Jeruzalem. Voor de nationale finale was al een Nederlandse vertaling nodig geweest van Colorado, en de Bollands hadden daar de destijds bekende cabaretier Gerard Cox voor gevraagd. Door hem veranderde het vrolijke, maar serieuze liefdesliedje dat Colorado in het Engels was in een melig Hollands mock-up-liedje, met zinnen als ‘We kopen snel een tweedehands paard, samen heel de dag in het zadel – denk aan de benzine die je spaart.’

Hoewel Colorado slechts de twaalfde plek bereikte, werd het wel een hit in diverse Scandinavische landen. De groep bleef niet lang bij elkaar, maar Sandra onderhield nog een mooie carrière als zangeres en presentatrice, voor ze in 2017 overleed.


19: Anouk – Birds, (2013, 0,42%)

Het staat onomstotelijk vast: Anouk heeft de Nederlandse songfestivalgeschiedenis veranderd. Of gered, dat zou je ook kunnen zeggen. In de acht jaren vóór 2013 werd de finale van het festival steeds maar niet bereikt. Nederland was één van de allerslechtst scorende landen. Waar het aan lag? Pech, soms, door slechte startplekken bijvoorbeeld, maar toch ook: een achtergebleven beeld van wat een inzending moest zijn.

Waar andere traditionele songfestivallanden al eerder overgingen op interne keuzes of andersoortige songs, bleef Nederland (samen met het Verenigd Koninkrijk, alleen was en is het euvel daar nóg sterker) zoeken naar een ‘geschikt’ Eurovisieliedje. Met doorsnee songs tot gevolg.

Wat we nodig hadden was oorspronkelijkheid. Die diende zich aan toen de allerbekendste artieste van ons land, rockzangeres Anouk, op Facebook aankondigde dat ze naar het festival wilde en dat ze een killer song had. De omroep mompelde eerst nog dat ze mee mocht doen aan een voorronde, maar toen er een storm van protest opstak werd dat idee overboord gegooid en mocht Anouk gaan, met carte blanche.

Toen Birds bekend werd gemaakt, een ingetogen, verdrietig Engels wals-achtig klein liedje, met regels als: ‘If being myself is what I do wrong, then I would rather not be right’ en een refrein als: ‘Birds falling down the rooftops, out of the sky, like raindrops…’ was het duidelijk: dit wás authentiek en dit wás Eurovisie 2.0.

Anouk en Nederland werden bekroond. Niet alleen mocht Birds naar de finale (door de producers van het festival plagerig pas als allerlaatste aangekondigd) en werd het daar negende, ook maakte de deelname van een zeer gerespecteerde klasse-artiest de weg vrij voor andere befaamde namen als Ilse DeLange, Douwe Bob, OG3NE en Waylon. Met als resultaat: sinds 2013 voortdurend finaleplekken (op één jaar na). Allemaal dankzij de coup van Anouk Teeuwe uit Den Haag.


18: Douwe Bob – Slow down (2016, 0,43%)

We kenden Douwe Bob Postuma in 2016 nog niet zo lang. Hij was op zijn negentiende de winnaar geworden van een muziekcompetitie die door dj Giel Beelen op televisie werd georganiseerd, De beste singer-songwriter van Nederland (2012), en had sindsdien twee goed ontvangen albums gemaakt en een paar hits gescoord. Er was een documentaire over Douwe en zijn vader gemaakt, en samen met Anouk (Eurovisie Songfestival 2013) zong hij Hold me.

Maar we kenden hem wel weer lang genoeg om vertrouwen te hebben in zijn deelname aan het festival van 2016. Hij kreeg, wat al een paar jaar het concept was, de vrijheid om zelf een song te kiezen. Dat werd een nummer van zijn vlak voor het festival te verschijnen derde album. De song heette Slow down en ging over ons haastige leven. ‘I’m going nowhere and I’m going fast, I should find a place to go and rest.’

In Stockholm had Douwe Bob niet veel geluk met de loting, en moest hij zowel in de halve finale als in de finale starten in het begin van de show. Desondanks bereikte Slow down een goed resultaat: vijfde in de halve finale en elfde in de finale. Opvallend was de ‘break’, de paar maten stilte, die de zanger met zijn band halverwege het lied inlaste. Dat was nog niet vaak vertoond op het festival.

Na Eurovisie stoomde Douwe Bobs carrière in volle vaart verder, met nieuwe scorende songs (zoals het verstilde Jacob’s song dat misschien ook een van de Eurovisiekeuzes had kunnen zijn) en nieuwe kwaliteitsalbums.


17: Humphrey Campbell- Wijs me de weg (1992, 0,43%)

Tijdens het Nationaal Songfestival van 1992 traden tien songs aan en het als tiende uitgevoerde lied, Wijs me de weg van Humphrey Campbell, won. Hij was een veelgevraagd achtergrondzanger, voor plaatopnamen van diverse Nederlandse artiesten, en had een paar jaar ervoor ook een rol gespeeld in de musical A night at the cotton club.

Wijs me de weg was een liedje van componist Edwin Schimscheimer, die later ook Waar is de zon van Willeke Alberti (1994) aanleverde. In Wijs me de weg vraagt de ik-persoon om levensadvies: ‘Wijs me de weg naar het nieuwe land. Wijs me de weg, neem me bij de hand. Wijs me de weg naar mensen om me heen.’ Het liedje viel muzikaal op door de swingende ritmes, en de rollende accordeon-riffs in de bridge.

Humphrey Campbell werd op het podium bijgestaan door zijn broers Ben en Carlo, en door zangeres Ruth Jacott (zijn toenmalige partner). Een jaar later zou het precies andersom zijn: toen zong Jacott het Nederlandse liedje (Vrede) en stonden de drie broers in haar achtergrondkoor.

De broers vormen sindsdien C.C. Campbell, maar in zijn verdere loopbaan is Humphrey meer achter de schermen bezig dan ervóór. Het liedje werd geen grote klassieker, ook al deed het het met een negende plek (op drieëntwintig songfestivalinzendingen) toch behoorlijk goed.


16: Marlayne – One good reason (1999, 0,44%)

Net als in 1998 werd in 1999 aan verschillende bekende producers en componisten gevraagd een liedje en uitvoerende aan te leveren voor het Nationaal Songfestival. Waar dat het jaar ervoor een hoog-kwalitatieve voorronde opleverde (met Hemel en aarde van Edsilia Rombley als stralende winnaar) bleef de kwaliteit in 1999 wat achter. Toch werd de nummer twee, We don’t live too long van jongensgroep Deanté een hitje, evenals E-mail to Berlin, dat een cultstatus kreeg omdat de twee zussen van Double Date zo vals hadden gezongen.

Maar de winnares steeg overal bovenuit: Marlayne gaf een vlekkeloze uitvoering van One good reason, en won het Nationaal Songfestival. Op het Eurovisie Songfestival in Jeruzalem ging het ook behoorlijk goed: ze werd achtste. Het liedje overtuigde met soepele zang, soepele melodie en soepele tekst: ‘Give me one good reason, and I will give you two.’

Er kwam een Vlaamse versie, de groep Sugrafree zong Geef een goede reden. En Marlayne (Sahupala) bleef zingen, maar werd later toch vooral bekend als presentatrice van programma’s als Hart van Nederland en Shownieuws. Overigens is ze nóg veelzijdiger, ze doet voice-overs en is ook… trouwambtenaar.


15: Bernadette – Sing me a song (1983, 0,46%)

Tijdens het Nationaal Songfestival van 1983 zingen vijf onbekende ‘acts’ elk twee liedjes. Er komt een enorme hit uit voort: het liedje Een beetje van dit van de groep Vulcano. Maar de groep wordt in de voorronde met één punt verslagen door de jonge Bernadette Kraakman, voor het festival kortweg Bernadette genoemd.

Ze zingt twee nummers, Soms en Sing me a song, waarvan de laatste wint. Vulcano wordt niet alleen tweede, maar ook derde (met Met jou d’r bij) en probeert het een jaar later wéér (met 1, 2, 3 en Dolce far niente). Vergeefs: de groep scoort grote hits, maar belandt nooit op het internationale podium.

Sing me a song brengt in de tekst een klein Droste-effect aan. Het zou namelijk heel goed óver het Songfestival kunnen gaan: ‘Sing me a song, sing a chanson. Over je land, hoe het daar is en wat doe je dan zoal daar? Sing me a song, sing a chanson. Hoe je daar leeft… Laat het me weten!’

Hoewel Bernadette een mooie zevende plaats bereikt op het Songfestival in München, voelt ze dat deze glamour niet bij haar past. In ons Eurostory-interview zegt Bernadette, die tegenwoordig in Canada woont, over die tijd: ‘Natuurlijk voelde ik mij vereerd om Nederland te mogen vertegenwoordigen, maar meer nog bezwaard. Ik stoorde mij vooral aan de namaak. En de zich alsmaar herhalende rituelen van de showbizz. Feestjes en al die blablabla. Ik kan dat woord wel honderd keer zeggen: blablabla. Het voelde allemaal zo inhoudsloos. Ik was jong en had heel erg behoefte aan een verdiepingsslag. De showbizz boeide mij absoluut niet. Het voelde alsof ik alsmaar verdwaald raakte.’


14: Maxine & Franklin Brown – De eerste keer (1996, 0,48%)

Het Nationaal Songfestival van 1996 werd groots aangepakt, met maar liefst zes uitzendingen. In de eerste vijf zong telkens een andere artiest drie liedjes. Eén bijdrage per artiest ging naar de finale, en die werd gewonnen door het duo Maxine & Franklin Brown.

Hun liedje De eerste keer is misschien niet het aller-allerbekendste Nederlandse songfestivalliedje, maar wel een van de meest succesvolle: de song werd alarmschijf en kwam tot plaats drie in de hitlijsten. Ook op het Songfestival ging het goed: Maxine & Franklin Brown eindigden als zevende, op drieëntwintig deelnemers.

Na Eurovisie scheidden zich de wegen van Maxine (artiestennaam van Gonnie Buurmeester) en Franklin Brown (artiestennaam van Franklin Kroonenberg). Maxine had enkele solo-hits, en Franklin begon zijn eigen showorkest en zijn eigen evenementen- en boekingsbureau. Tegenwoordig is hij ook de frontman van jazzband Tiny Little Bigband.

Overigens begonnen de twee na een tijdje weer met elkaar te werken, bijvoorbeeld met andere oud-songfestivaldeelnemers, in de Eurovisie-coverband de Eurostars. En ook De eerste keer werd nog eens opnieuw opgenomen, waarbij de woorden uit het refrein een mooie dubbele betekenis kregen: ”t Was als de eerste keer, ik zag je zomaar weer – de tijd stond even stil.’


13: Marcha – Rechtop in de wind (1987, 0,48%)

Marga Bult was bekend geworden als leadzangeres van de meidengroep Babe en het format van het Nationaal Songfestival in de late jaren tachtig was: één artiest zingt meerdere songs. De combinatie van die twee zaken leidde naar zes liedjes in de voorronde van 1987 van Marga, die voor het Songfestival haar naam veranderde in Marcha.

Het liedje Rechtop in de wind, een bijdrage van de man die ook de motor achter Babe was, Peter Koelewijn, won het gemakkelijk van de nummers twee (Big Ben of Nôtre Dame) en nummer drie (Morgen). Hoewel het liedje het niet goed deed in de hitparades, scoorde het wél op het Eurovisie Songfestival. Tijdens de editie die gekenmerkt werd door de winnende terugkeer van Johnny Logan (met zijn Hold me now) werd Rechtop in de wind mooi vijfde (gedeeld).

Marcha nam ook een Engelse versie op, die de klinkende titel Lost in gale force 10 droeg. Ook die tekst gaat, net als de Nederlandse versie, over een verlaten vrouw die zich dapper staande weet te houden: ‘I’m lost in gale force 10, but I’m still standing tall.’ (‘Rechtop in de wind zal ik blijven staan.’)

Marga Bult neem in 2012 nog eens een nieuwe versie van het lied op. Na het festival heeft ze intussen carrière gemaakt als presentatrice en een tijdlang als één van de drie zangeressen van de Dutch Diva’s.


12: Ruth Jacott – Vrede (1993, 0,49%)

Ruth Jacott speelde in musicals als Cats en A night at the cotton club, won een Zilveren Harp in 1989, maar die roem was nog niets vergeleken bij de grote naam die ze werd in de Nederlandse muziek na haar deelname aan het Eurovisie Songfestival van 1993, met Vrede – waarmee ze op een prachtige zesde plaats kwam.

Ze had een jaar eerder al bij haar toenmalige levenspartner Humphrey Campbell op het festival in het het achtergrondkoor gestaan (bij Wijs me de weg), maar in 1993 werd ze gevraagd om alle acht liedjes tijdens de Nationale Finale te zingen. Uit een heel mooie selectie werd Loop met me mee tweede, en Vrede, van componisten Eric van Tijn en Jochem Fluitsma, dus eerste. Iconisch zijn de originele tekstregels van Henk Westbroek: ‘We bouwen huizen om orkanen te weerstaan, en maken schepen om in elke storm te varen. Er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan – het wil alleen nog niet zo lukken om de vrede te bewaren.’

Vrede deed het heel goed in Millstreet – Ruth Jacott, die een van de meer moderne inzendingen had, werd zesde. Het liedje werd ook een hit, maar grappig genoeg was een van haar ándere voorrondeliedjes intussen een nog groter succes aan het worden: Blijf bij mij. Tijdens de nationale finale zong ze het solo (het werd vijfde), maar de hit die ze scoorde was in duet met Paul de Leeuw. Dat kwam misschien vooral doordat ze het vlak na de Eurovisie-eindronde vanuit Ierland per satellietverbinding live in de show van Paul zong.

Ruth Jacott werd een van onze grootste zangeressen, met een ongelooflijk rijke carrière, met als speciaal hoogtepunt haar hoofdrol als Billie Holiday in de gelijknamige musical.


11: Gerard Joling – Shangri-la (1988, 0,51%)

Net als Marga Bult in 1987 zong Gerard Joling in 1988 zes voorrondeliedjes. Hij was dus rechtstreeks aangeduid, en dat was niet onlogisch, aangezien hij behoorlijk naam had gemaakt als technisch zeer flexibel zanger en hits had gescoord met Love is in your eyes en vooral Ticket to the tropics. (Overigens was zijn grootste hit No more bolero’s, en die zong hij een jaar ná Eurovisie).

Shangri-la, het liedje dat uitgekozen werd tijdens het Nationaal Songfestival, was een relatief klein hoofdstuk in zijn imposante carrière. Het deed het goed in Dublin: een negende plaats. Maar menigeen denkt dat het nummer nog hoger had kunnen komen als Joling gebruik had gemaakt van zijn handelsmerk: de hoge noot op het einde. Die voerde hij tijdens Eurovisie een octaaf lager uit, als gevolg van een lichte verkoudheid.

Het liedje heeft een raadselachtige tekst: ‘In een nacht van neon en de geur van schralend bier staat daar een kamerscherm van rijstpapier.’ En: ‘Langs ieder flatgebouw zie ik een bamboetouw.’ Het wordt een beetje duidelijker als we weten wat er bedoeld wordt met de zin ‘Ik ben op zoek naar Shangri-la’. Shangri-la blijkt de naam van een nooit te bereiken, want fictief, aards paradijs. De term komt uit het boek Lost horizon van James Hilton (uit 1933).

Gerard Joling stond in 1988 pas aan het begin van zijn medialoopbaan. Hij groeide uit tot een van de bekendste gezichten van ons land, met vele hits en vele tv-programma’s (als presentator) op zijn naam.


Hoe berekenden we de percentages van deze lijst?

We zochten naar de meest objectieve manier om de prestaties van alle zestig Nederlandse liedjes tot nu toe tegen elkaar af te zetten.

De behaalde plek vergelijken was niet precies genoeg, omdat het aantal deelnemers door de tijd heen veel groter is geworden. Vierde worden op 42 deelnemers is veel beter dan vierde worden op 12 deelnemers.

Daarom keken we naar percentages. Om precies te zijn: het percentage van de punten. We berekenden per jaar hoeveel punten er maximaal gehaald konden worden, keken hoeveel punten de Nederlandse inzending behaalde en verkregen zo dus een behaald percentage.Maar: er zijn nogal wat verschillende soorten puntentellingen geweest. Sinds 1975 kennen we de ‘twaalf punten’ (wat tegenwoordig verdubbeld is omdat zowel jury als publiek eenzelfde aantal punten uitdeelt), maar in de zestiger jaren kwam het bijvoorbeeld voor dat elk land maximaal tien punten mocht uitdelen, maar die naar wens kon verdelen. In dat systeem is het aantal behaalde punten per land relatief veel lager omdat elke jury altijd in meer of mindere mate spreidde. In de praktijk betekent dat dat de winnaars in dat systeem veel verder onder het ‘maximaal haalbare aantal punten’ scoren dan de winnaars van ons huidige systeem.

Om dit te corrigeren en de ranking nog objectiever te maken besloten we niet alleen het percentage van het Nederlandse liedje te berekenen, maar ook dat van de winnaar, en vervolgens voor onze ranking de verhouding van het percentage van Nederland ten opzichte van het percentage van de winnaar leidend te laten zijn. De score van de winnaar zegt namelijk iets over hoeveel punten er gescoord ‘hadden moeten’ worden om te winnen in dat jaar. Door deze ratio te pakken blijft de score relatief, en bekijk je hoe goed Nederland het heeft gedaan ten opzichte van het winnende lied. Hoe kleiner de relatieve afstand die de Nederlandse inzending heeft tot de winnaar, hoe hoger de berekende ratio zal zijn en dus hoe hoger die inzending in de ranking komt te staan. 

Tenslotte zijn er nog de jaren met de halve finales. Om die goed mee te wegen tellen we de scores van een land van de halve finale bij de finale op, en zetten die af tegen de maximaal haalbare score van halve finale en finale bij elkaar. Als een Nederlandse inzending niet door de halve finale kwam, voeren we als ‘score’ in de finale 0 op. Daarna zetten we het totaal, zoals hierboven vermeld, weer af tegen de prestatie van de winnaar.

Nog twee opmerkingen:

  • Nederland won vier keer. In die gevallen is de afstand in procenten van Nederland ten opzichte van de winnaar natuurlijk 0%. Om toch een ranking onder die vier aan te brengen is gekeken naar het percentage van het totaal haalbare aantal punten. Hetzelfde geldt voor andere inzendingen die ex aequo eindigden.
  • 1971 t/m 1973: in deze jaren gaven de twee juryleden elk land een score tussen 1 en 5. Daardoor kreeg elk land dus in elk geval een ‘basisscore’ van 2 per jury. Die punten zijn in onze ranking van het scoretotaal van dat jaar afgetrokken. Ook is het maximaal haalbare aantal punten daar op 8 per jury gezet (en niet 10, want sowieso kreeg iedereen dus al 2 punten).