Nederland levert dit jaar met Arcade voor de zestigste keer een liedje aan het Eurovisie Songfestival. En dus was Eurostory benieuwd naar de ‘top zestig’. Naar de ranking. Wat waren de meest succesvolle inzendingen – als we ze objectief op een rij zetten?

We zochten naar de beste manier van berekenen. Dat bracht behoorlijk wat wiskundig hoofdkraken. We kwamen uit op percentages (hoeveel punten haalde de inzending van het maximaal te behalen aantal?) – en dan afgezet tegen het percentage van het winnende land van het betreffende jaar. Voor wie precies wil weten hoe we rekenden: de uitleg staat onderaan dit artikel.

In elk geval brengen we nu in zes afleveringen de complete lijst, met bijzonderheden per liedje. Vandaag: de hoogste tien!

NB (1) – Vier keer waren we er niet bij, twee keer omdat we gediskwalificeerd waren vanwege een te lage score (1995 en 2002), twee keer omdat het festival op 4 mei, dodenherdenking, viel (1985 en 1991).

NB (2) – Omdat er in het eerste jaar (1956) twéé liedjes per land waren is Arcade wel onze zestigste deelname, maar ons eenenzestigste lied.


10: Saskia & Serge – Tijd (1971, 0,53%)

Het Nationaal Songfestival van 1971 gaat voor een deel over het Nationaal Songfestival 1970. Toen deden Saskia & Serge mee als een van de tien kanshebbers. Er waren twee jury’s: een buitenlandse en een Nederlandse. Na het stemmen van de buitenlandse jury stonden Saskia & Serge en hun liedje ‘t Spinnewiel ruim aan kop. Maar wat niemand verwachtte gebeurde: de Nederlandse jury verdeelde zijn punten niet, maar gaf alle vijf punten aan de drie zussen Maessen van Hearts of Soul. Die hadden er nog tot dan toe één, maar sprongen nu over Saskia & Serge heen.

Die opmerkelijke situatie (waar het een en ander over gezegd en geschreven werd) leidde ertoe dat het Zeeuwse duo rechtstreeks aangeduid werd voor de Nationale Finale van het jaar erna. Daarin won het liedje Tijd, gecomponeerd door Joop Stokkermans, die ook de inzendingen van 1962 en 1968 maakte, en geschreven door Gerrit den Braber, verantwoordelijk voor de tekst in 1962 (als Lodewijk Post), 1966, 1967 en 1974.

Tijd is een middeleeuws aandoende ballade, compleet met blokfluitpartij. De tekst gaat over op iemand blijven wachten, immers: ‘verlangen is een bloesem, en bloesem wordt een vrucht. En stormen worden opgebouwd uit adem – zucht voor zucht.’

Op het Eurovisie Songfestival leek het even fout te gaan: Saskia’s microfoon werd pas bij haar tweede zin opengezet, en begon daarna te fluiten. Toch werd het duo mooi zesde (gedeeld) en een lange Nederlandstalige, maar ook country/Americana-stijl-carrière volgde. De twee, die toen ook al privé samen waren, zijn dat nog steeds, en ook zingen ze hun Tijd nog altijd.


9: Mouth & MacNeal – I see a star (1974, 0,63%)

Het duo Mouth & MacNeal, bestaande uit Willem Duyn en Sjoukje van ‘t Spijker, had al een top-tien-hit gescoord in de Amerikaanse charts (met How do you do), om maar niet te spreken van alle Nederlandse en Europese successen. Dus toen zij aangezocht werden om voor Nederland naar Brighton te gaan, waren de verwachtingen hooggespannen.

In de nationale voorronde zongen ze drie liedjes, maar Zoals de oudjes zongen (derde) en Liefste (tweede) hadden geen schijn kans van kans tegen het uitbundige Ik zie een ster, dat voor de internationale finale in het Engels werd vertaald.

Vooraf waren ze een van de favorieten, om en om getipt met dat tot dan toe niet zo bekende Zweedse groepje: Abba. De geschiedenis is bekend, Abba won het Songfestival, maar Mouth & MacNeal bereikten, mede door een vrolijke act met een handorgeltje, een prachtige derde plaats. Ze moesten alleen Italië (Gigliola Cinquetti met Si) nog voor zich dulden.

I see a star werd opnieuw een hit, met name in Engeland, maar aan het eind van het jaar ging het duo met ruzie uit elkaar. ‘Mouth’ ging met een nieuwe zangeres verder als Big Mouth & Little Eve, en Maggie MacNeal begon een mooie solo-carrière. In 1980 deed ze zelfstandig mee aan het Eurovisie Songfestival met Amsterdam (zie hieronder). Willem Duyn (‘Mouth’) overleed in 2004.


8: Maggie MacNeal – Amsterdam (1980, 0,65%)

Ze werd rechtstreeks aangewezen: Maggie MacNeal. Zij zou voor Nederland naar het Eurovisie Songfestival van 1980 gaan, dat in Den Haag georganiseerd werd, aangezien Israël in 1979 opnieuw gewonnen had, maar de organisatie van het festival niet een tweede keer kon betalen.

Er was geen Nationaal Songfestival. Het liedje Amsterdam werd door een commissie uitgekozen. Maggie zat bij de beslissing, maar hield haar mond toen de song op tafel kwam. De auteurs van de liedjes waren niet bekend bij de commissieleden, dus hun verbazing zal groot zijn geweest toen bleek dat Maggie/Sjoukje het nummer samen met haar man Frans Smit (en twee anderen) had geschreven.

Dick Bakker (componist van Teach In’s winnende Ding-a-dong) schreef daarna het arrangement, waarin een draaiorgel-melodie werd nagebootst: toepasselijk, aangezien het liedje een ode aan de hoofdstad was.

Tijdens de eindronde leek het scoreverloop een overwinning voor Nederland te gaan opleveren. Van de eerste vier jury’s kreeg Amsterdam namelijk driemaal de twaalf punten (en één keer zes). Gek genoeg vielen de scores daarna terug, en Maggie MacNeal eindigde op een (altijd nog mooie) vijfde plek.

Er werden niet alleen door Maggie zelf anderstalige versies uitgebracht (een Engelse, Franse en Duitse), maar er verscheen ook een Finse cover, en zelfs een Spaanstalige salsa-versie. Maggie MacNeal vervolgde haar solo-carrière, kreeg veel succes in Brazilië, nam diverse albums op en maakte ook deel uit van de Dutch Diva’s.


7: Sandra & Andres- Als het om de liefde gaat (1972, 0,77%)

Net als het jaar ervoor en de twee jaren erna was er in 1972 maar één artiest op het Nationaal Songfestival. Het duo Sandra & Andres werd uitgekozen, zeer populair in die tijd, en ze zongen drie liedjes: Lang zo fijn niet, Oude zigeuner en Als het om de liefde gaat. Dat laatste liedje won ruim. Het was een echt feestliedje, met tempowisselingen, en een arrangement waarin soms een Griek snaarinstrument klonk, en dan weer een beetje herinnerde aan Sandy Shaws winnende Puppet on a string (1967).

Alle drie de liedjes waren overigens geschreven door Hans van Hemert (de grote man achter het duo, maar ook achter Mouth & MacNeal, die in 1974 naar het Songfestival gingen, en in eerste instantie ook achter Sandra Reemers solocarrière – hij schreef haar Eurovisiebijdrage uit 1976, en was zo voor drie Nederlandse songfestivaljaren verantwoordelijk), samen met Dries Holten (‘Andres’). Harry van Hoof was de arrangeur. Deze drie mannen bepaalden alles, vertelde Sandra in dit interview. ‘Ik geloofde te weinig in mezelf om de dingen door te drukken die ik leuk vond. […] Ik moest mijn mond open doen en zingen en voor de rest niks. Dat werd wel eens zo gecommuniceerd.’

Het duo had zowel vóór hun Eurovisiedeelname als erna meerdere grote hits, maar Als het om de liefde gaat was de grootste. In 1975 werd Sandra ingewisseld voor een andere zangeres. Het duo ging verder als Rosy & Andres.

Op het festival werden Sandra & Andres, met één puntje verschil, nét vierde, achter Duitsland. Edina Pop, in 1979 een van de zangeressen van de Duitse Eurovisiegroep Dschinghis Khan nam het liedje in het Duits op: Was soll ich tun.


6: The Common Linnets – Calm after the storm (2014, 0,83%)

Nadat Anouk in 2013 de Nederlandse deelname aan het Songfestival een kwaliteitszwiep had gegeven durfde een jaar later ook een van onze allerbekendste en populairste artiesten, Ilse DeLange, het aan. Ze had al een tijdje een samenwerkingsproject met ‘echte country’-muziek in haar hoofd: The Common Linnets. Ze vroeg daar diverse componisten en muzikanten (met name J.B. Meijers) bij, plus Waylon (die in 2018 als solo-artiest op het festival zou staan). Van de AVRO/TROS kregen ze carte blanche wat betreft de keuze van de song.

Dat werd Calm after the storm. Menigeen vond, nadat hun liedje in De wereld draait door was voorgesteld, dat we een ‘tamme inzending’ hadden, ‘niet geschikt voor het Songfestival’. Maar in Kopenhagen, waar Eurovisie dat jaar gehouden werd, gebeurde er iets. Het lied kreeg tover mee.

Wat waren daar de ingrediënten van? Het had te maken met de staging van regisseur Hans Pannecoucke (een shot van boven in het begin, en Ilse en Waylon tegenover elkaar in plaats van naar de zaal gedraaid), met de prachtige kleding (Waylon in het zwart, met hoed, en Ilse in het wit) en met de intense, bijna fluisterende manier van zingen in de coupletten.

De tekst gaat over een relatie die voorbij is. Wegrijdend in een stille auto wordt, in een droevige, stille stemming, nagedacht over wat er achtergelaten wordt: ‘Driving in the fast lane, counting mile marker signs. The empty seat beside me keeps you on my mind.’ Maar: ‘I could say I’m sorry, but I don’t wanna lie. I just wanna know if staying is better than goodbye.’

Calm after the storm werd eerste in de halve finale en tweede in de finale. Er werden twee Marcel Bezençon Awards verdiend: voor beste compositie en beste artistieke prestatie. En hoewel Waylon meteen na het Songfestival de groep verliet, bleven de (met Jake Etheridge en Matthew Crosby aangevulde) Common Linnets een groot succes: het eerste album werd platina, er waren Edison, EBBA en ECHO awards, er volgden vele optredens, met name in Duitsland. En hoewel er soms even gepauzeerd werd voor de solo-carrières van de diverse groepsleden, bestaat de groep nog altijd, en wordt er gewerkt aan een derde album.


5: Edsilia Rombley – Hemel en aarde (1998, 0,87%)

Het Nationaal Songfestival van 1998 blinkt van de mooie liedjes. Er is Mijn hart kan dat niet aan van Fréderique Spigt, en ook Alsof je bij me bent van Nurlaila (tweede) krijgt een grotere bekendheid dan je normaal zou verwachten van liedjes die het niet geworden zijn. Het liedje dat het wel werd is zelfs nog aanstekelijker: Hemel en aarde, van de jonge Edsilia Rombley.

Ze was tot dan toe voornamelijk opgevallen als winnares van de Soundmixshow. Eric van Tijn en Jochem Fluitsma, ook de songwriters achter Vrede van Ruth Jacott (1993), schreven het voor haar, en alle facetten van haar stem kwamen aan bod. Edsilia, in ons Eurostory interview: ‘De timing, de snelheid, de uithalen. Die wilden ze er ook per se in, hè? “Edsilia doet het, dus we moeten er een uithaal in hebben. En ook iets laags.”‘

Nederland omarmt het liedje meteen, en dat gebeurt internationaal ook. Na een spannende puntentelling, waarbij Hemel en aarde zelfs heel even bovenaan staat, wordt Edsilia vierde, vlak achter de liedjes uit Malta, het Verenigd Koninkrijk, en de winnares, Dana International (Israël), met Diva. Het liedje wordt een onvervalste hit, een songfestivalklassieker en het startpunt voor een glanzende loopbaan voor Edsilia Rombley. Zoals ze zelf zegt: ‘Dat liedje heeft me heel veel gebracht.’

Edsilia probeert het in 2007 nogmaals op het Songfestival, met On top of the world, maar komt dan niet door de halve finale. Het tast haar populariteit geenszins aan.


4: Lenny Kuhr – De troubadour (1969, 1,00 %)

Op een mooie avond, niet ver voor het Nationaal Songfestival van 1969 gebeurde dit, ten huize van de piepjonge Lenny Kuhr: ‘Ik zat boven een liedje te maken, boven op zolder. Een vriendje van mij had een lampje bij mijn deur gemaakt: als dat brandde mocht er niemand binnenkomen. En er was ook een belletje. Mijn moeder drukt daarop en ik zei: “Wat is er, mam?” Ze riep: “Je bent uitgenodigd voor het Nationaal Songfestival!” Ik zei: “Ah, oké, ik kom straks wel naar beneden,” want ik was gewoon bezig met iets. Na een paar uur kwam ik naar beneden en toen las ik dat ik drie liedjes moest inleveren. Nou, die had ik wel. Ik heb heel even geaarzeld, maar door het feit dat je iets van jezelf mocht zingen dacht ik: mij kan eigenlijk niets gebeuren, want ik ga iets doen wat ik mooi vind. Toen heeft de omroep uit die drie liedjes De Troubadour geselecteerd.’

Ze zingt het tijdens de nationale voorronde (waar ze wint van artiesten als Patricia Paay, Anneke Grönloh en Rob de Nijs) en daarna tijdens de grote internationale competitie. En dan gebeurt er iets bijzonders. Na de laatste punten, die van Finland, blijken vier landen op een gedeelde eerste plek te staan. De presentatrice plukt aan haar haar en lacht nerveus. Ze kijkt naar de EBU-jury. Wat nu? Ze krijgt uitsluitsel: er zijn officieel vier winnaars.

Lenny Kuhr deelt de trofee voor De troubadour dus met Lulu (Verenigd Koninkrijk, Boom bang-a-bang), Salomé (Spanje, Viva cantando) en Frida Boccara (Frankrijk, Un jour, un enfant). Maar het lied over een liedjeszanger die voor groot en klein publiek zingt, tot aan het einde van zijn leven, krijgt een vaste plek in het Nederlands geheugen: ‘Toen werd het stil, het lied was uit, enkel wat modder tot besluit, maar wie getroost werd door zijn lied vergeet hem niet.’

Lenny Kuhr beleeft daarna een muzikale loopbaan met pieken en dalen (en grote hits zoals Visite uit 1980). De basis blijft, zoals ze hier vertelde, evenwel dat ze een ‘gloed’ met zich meedraagt, die veroorzaakt is door die mooie winst in 1969.


3: Teddy Scholten – Een beetje (1959, 1,00%)

Teddy Scholten, zangeres en presentatrice, voerde in 1959 tijdens het nationaal Songfestival twee liedjes uit: De regen en Een beetje. Maar elk deelnemend lied werd door twee verschillende artiesten gezongen, in twee verschillende uitvoeringen. Toen duidelijk werd dat Een beetje het Nederlandse liedje van 1959 zou zijn, was nog niet duidelijk of Teddy het zou zingen of John de Mol (senior, vader van media-tycoon John de Mol en presentatrice Linda de Mol). Maar de versie van De Mol was wat trager en dus kozen de deskundigen voor het kittige zingen van Teddy Scholten.

Een beetje (soms geschreven als ‘n Beetje) heeft een ingenieus rijmende tekst die als volgt begint: ‘Ik wou dat je hart een kast was met een deurtje. En dat ik kon kijken in het interieurtje. Dan moest je oprecht zijn. Goed of slecht – maar écht zijn, en dan zei je al gauw, als ik vroeg: “Ben je trouw?”.’

Het antwoord daarop is voor die tijd best gewaagd, namelijk: ‘Een beetje’. Of nee, die zin gaat verder na een kleine pauze: ‘- verliefd was je wel meer meneer, dat weet je. Je hart kwam weleens meer op een ideetje. Dat speet je, maar ach weet je, soms vergeet je wel een beetje snel je eedje van trouw.’

Of dat geinen rond geflirt en misschien-vreemdgaan van tekstdichter Willy van Hemert ook in het buitenland doordrong is niet zeker, wel huppelthet liedje moeiteloos naar een eerste plek. Teddy Scholten nam vervolgens een Franse, Duitse, Italiaanse en zelfs een Zweedse versie op (gek genoeg geen Engelse!). Bijzonder: Teddy Scholten brengt vlak na haar winst ook Nederlandse vertalingen uit van de Franse bijdrage van dat jaar (Oui, oui, oui, oui) , en van de Engelse (Sing, little birdie). En nog uitzonderlijker: van die Engelse bijdrage nemen Teddy met haar man Henk ook nog eens een cover in het Italiaans op.

Halverwege de jaren zeventig besloot Teddy Scholten te stoppen met professioneel zingen. Ze overleed in 2010.


2: Corry Brokken – Net als toen (1957, 1,00%)

Corry Brokken, onze eerste grote ‘diva’ op het Songfestival, deed drie jaar achter elkaar mee. Tijdens het allereerste Eurovisie Songfestival van 1956 was ze een van de twee Nederlandse deelnemers (alleen dat jaar waren er dubbele inzendingen per land), ze zong Voorgoed voorbij. Een klassement werd niet bekendgemaakt. In 1958 zong ze Heel de wereld, dat op een laatste plaats eindigde, maar daartussenin zat de deelname van 1957, waarbij ze met Net als toen het hele nog fonkelnieuwe Eurovisiegebeuren won.

Maar eerst was daar het Nationaal Songfestival van ’57. Vier artiesten zongen elk twee liedjes, en La Brokken werd niet alleen eerste, maar ook tweede (met het wilde lied Iwan, later omgedoopt tot De messenwerper).

Ook Net als toen had iets pittigs. Zo begint het: ‘Zit niet zo suf met die eeuwige krant! Gaap niet van slaap of verveling!’ En even verderop: ‘Kijk me niet aan met die blik van leef je nog. Ben ik nog altijd die vrouw, waarmee je destijds, wanneer was dat toch, per se dat avontuurtje hebben wou?’

Opvallend: zowel in 1957 als 1959, de twee beginjaren dat Nederland won, waren het sterke vrouwen die de eerste plek afdwongen, met liedjes over flirten en opgeëiste romantiek. Misschien is het geen toeval dat beide teksten door een en dezelfde persoon werden geschreven: Willy van Hemert, later bekend als regisseur van grote tv-series zoals Bartje, De kleine waarheid en Dagboek van een herdershond.

Corry Brokken (1932-2016), had nog meer connecties met het festival. Zo deed ze ook in de voorronde van 1959 mee (zonder succes), weigerde ze een deelname voor Duitsland in 1966 en presenteerde ze de Eurovisie-editie van 1976. Maar ze nam, voordat ze haar tweede carrière als rechter begon, ook nog een paar Eurovisie-covers op, zoals de Nederlandse versie van de winnaar van 1963, Dansevise: Danswijsje. En die van het Franse liedje van 1967: Ik weet hoe mooi het is.


1: Teach In – Ding-a-dong (1975, 1,00%)

Op nummer één in onze percentage-berekende ranglijst kan natuurlijk alleen maar Ding-a-dong staan, de winnaar van het Eurovisie Songfestival van 1975. Het lied, dat in de Nederlandse versie Dinge-dong heet, werd geschreven voor de groep die in 1974 al een behoorlijk hit had gehad met Fly away: Teach In.

In eerste instantie moest er gewonnen worden in de Nationale Finale. Het format was: drie artiesten zingen elk drie (dezelfde) liedjes. Albert West kwam met Ik heb geen geld voor de trein, en Debbie met Circus. Maar Dinge-dong werd uitgekozen, en toen speelden alle uitvoerenden een eigen versie. Het werd niet de versie van Debbie, ook niet die van Albert West, maar die van Teach In, in het arrangement van Dick Bakker.

Teach In bestond uit zangeres Getty Kaspers, en muzikanten Koos Versteeg, Rudi Nijhuis, Chris de Wolde, Ard Weeink en John Gaasbeek. Het lied werd geschreven door Dick Bakker, Eddy Ouwens en Will Luikinga. Op de dag van het Eurovisie Songfestival verliep de laatste repetitie niet optimaal. En omdat Nederland als eerste land moest optreden, bleek de techniek steeds net nog niet goed afgesteld. Dick Bakker en dirigent Harry van hoof dwongen af dat ze vlak voor de uitzending het nummer (het publiek zat al in de zaal) alvast mochten spelen. Daarmee was niet alleen alles goed ingeregeld en ingesteld, maar het publiek had het lied ook al een keer gehoord. Een truc, misschien, maar een die werkte: de vrolijkheid sloeg over in de zaal én in de huiskamers. Nederland won.

Maar na een jaar van haasten en toeren waren de bandleden uitgeput. Zangeres Getty stelde een pauze van twee maanden voor, één om uit te rusten en één om nieuw repertoire te schrijven. Het management en de rest van de groep ging daar niet in mee, waarna ze uit Teach In stapte. De groep had nog een kleine carrière met nieuwe zangeressen, maar Ding-a-dong bleef de grootste hit.

In 2019 kwam, 44 jaar na de overwinning, de biografie van Getty Kaspers uit. Waarin verteld wordt over haar leven vóór en ná het Songfestival. Er staan natuurlijk ook Eurovisie-anekdotes in, zoals die over het kerstklokje dat kapotgeslagen werd op het eind van het lied en waarvan de groep vergeten was een reserve-exemplaar mee te nemen.

Precies dat geluid, de tik van een stukgeslagen mini-klokje, besluit ook deze rij Nederlandse bijdragen – tenzij een small town boy in een big Arcade na het festival van dit jaar plek één van deze lijst weet over te nemen . Maar tot die tijd dus:

ting!


Hoe berekenden we de percentages van deze lijst?

We zochten naar de meest objectieve manier om de prestaties van alle zestig Nederlandse liedjes tot nu toe tegen elkaar af te zetten.

De behaalde plek vergelijken was niet precies genoeg, omdat het aantal deelnemers door de tijd heen veel groter is geworden. Vierde worden op 42 deelnemers is veel beter dan vierde worden op 12 deelnemers.

Daarom keken we naar percentages. Om precies te zijn: het percentage van de punten. We berekenden per jaar hoeveel punten er maximaal gehaald konden worden, keken hoeveel punten de Nederlandse inzending behaalde en verkregen zo dus een behaald percentage.Maar: er zijn nogal wat verschillende soorten puntentellingen geweest. Sinds 1975 kennen we de ‘twaalf punten’ (wat tegenwoordig verdubbeld is omdat zowel jury als publiek eenzelfde aantal punten uitdeelt), maar in de zestiger jaren kwam het bijvoorbeeld voor dat elk land maximaal tien punten mocht uitdelen, maar die naar wens kon verdelen. In dat systeem is het aantal behaalde punten per land relatief veel lager omdat elke jury altijd in meer of mindere mate spreidde. In de praktijk betekent dat dat de winnaars in dat systeem veel verder onder het ‘maximaal haalbare aantal punten’ scoren dan de winnaars van ons huidige systeem.

Om dit te corrigeren en de ranking nog objectiever te maken besloten we niet alleen het percentage van het Nederlandse liedje te berekenen, maar ook dat van de winnaar, en vervolgens voor onze ranking de verhouding van het percentage van Nederland ten opzichte van het percentage van de winnaar leidend te laten zijn. De score van de winnaar zegt namelijk iets over hoeveel punten er gescoord ‘hadden moeten’ worden om te winnen in dat jaar. Door deze ratio te pakken blijft de score relatief, en bekijk je hoe goed Nederland het heeft gedaan ten opzichte van het winnende lied. Hoe kleiner de relatieve afstand die de Nederlandse inzending heeft tot de winnaar, hoe hoger de berekende ratio zal zijn en dus hoe hoger die inzending in de ranking komt te staan. 

Tenslotte zijn er nog de jaren met de halve finales. Om die goed mee te wegen tellen we de scores van een land van de halve finale bij de finale op, en zetten die af tegen de maximaal haalbare score van halve finale en finale bij elkaar. Als een Nederlandse inzending niet door de halve finale kwam, voeren we als ‘score’ in de finale 0 op. Daarna zetten we het totaal, zoals hierboven vermeld, weer af tegen de prestatie van de winnaar.

Nog twee opmerkingen:

  • Nederland won vier keer. In die gevallen is de afstand in procenten van Nederland ten opzichte van de winnaar natuurlijk 0%. Om toch een ranking onder die vier aan te brengen is gekeken naar het percentage van het totaal haalbare aantal punten. Hetzelfde geldt voor andere inzendingen die ex aequo eindigden.
  • 1971 t/m 1973: in deze jaren gaven de twee juryleden elk land een score tussen 1 en 5. Daardoor kreeg elk land dus in elk geval een ‘basisscore’ van 2 per jury. Die punten zijn in onze ranking van het scoretotaal van dat jaar afgetrokken. Ook is het maximaal haalbare aantal punten daar op 8 per jury gezet (en niet 10, want sowieso kreeg iedereen dus al 2 punten).