Nederland levert dit jaar met Arcade voor de zestigste keer een liedje aan het Eurovisie Songfestival. En dus was Eurostory benieuwd naar de ‘top zestig’. Naar de ranking. Wat waren de meest succesvolle inzendingen – als we ze objectief op een rij zetten?

We zochten naar de beste manier van berekenen. Dat bracht behoorlijk wat wiskundig hoofdkraken. We kwamen uit op percentages (hoeveel punten haalde de inzending van het maximaal te behalen aantal?) – en dan afgezet tegen het percentage van het winnende land van het betreffende jaar. Voor wie precies wil weten hoe we rekenden: de uitleg staat onderaan dit artikel.

In elk geval brengen we nu in zes afleveringen de complete lijst, met bijzonderheden per liedje. Vandaag: de laagste tien.

NB (1) – Vier keer waren we er niet bij, twee keer omdat we gediskwalificeerd waren vanwege een te lage score (1995 en 2002), twee keer omdat het festival op 4 mei, dodenherdenking, viel (1985 en 1991).

NB (2) – Omdat er in het eerste jaar (1956) twéé liedjes per land waren is Arcade wel onze zestigste deelname, maar ons eenenzestigste lied.


60: Jetty Paerl – De vogels van Holland (1956, -)

Van de twee Nederlandse bijdragen van het allereerste Eurovisie Songfestival in 1956 zijn geen scores bekend. Alleen de naam van de winnares (Lys Assia) werd bekendgemaakt. De nummers 60 en 59 van deze lijst zijn dus arbitrair – misschien werd één van hen wel nipt tweede, en dan zou dat liedje in de top tien van deze lijst moeten staan. Nou ja.

Hoe dan ook: toen het festival bedacht werd, was Nederland er al meteen bij. Het allereerste lied dat ooit op het festival gezongen werd was zelfs ‘van ons’, want De vogels van Holland opende de avond. Jetty Paerl zong het, een zangeres die in de Tweede Wereldoorlog bekend werd als ‘Jetje van Radio Oranje’ – onderdeel van het radiocabaret dat vanuit Londen uitgezonden werd. Jetty’s achternaam werd niet genoemd, omdat haar broers in Nederland in het verzet zaten en mogelijk gevaar konden lopen als bekend werd dat hun zus ‘Jetje’ was. Na de oorlog bleek een groot gedeelte van Jetty’s familie vermoord door de Duitsers, maar haar ouders en broers leefden nog.

De tekst van haar liedje is geschreven door een van de beroemdste Nederlanders uit de nationale geschiedenis: Annie M.G. Schmidt. Lang voor Pluk en Otje en Minoes, maar toch al ná Abeltje, De spin Sebastiaan en Jip en Janneke schreef ze de allereerste Eurovisiezin ooit: ‘De vogels van Holland zijn zo muzikaal, ze leren in hun prille jeugd al tierelieren.’ Daarmee leverde ze een profetische zin af, want de zestig artiesten uit deze lijst zouden we kunnen zien als de verzamelde vogels van Holland. Met dame Jetty Paerl als hun voorvliegster.


59: Corry Brokken – Voorgoed voorbij (1956, -)

Corry Brokken stierf in 2016 na een prachtige carrière met twee hoofdberoepen: rechter en zangeres. Als artieste was ze op de eerste drie Eurovisie Songfestivals aanwezig, waarbij ze de meest uiteenlopende resultaten behaalde: een keer laatste, een keer eerste en een keer onbekend.

Dat onbekende resultaat gold voor de eerste deelname, toen er geen punten bekend werden gemaakt en alleen de winnares (Lys Assia) werd gekroond. Het liedje dat Corry Brokken toen zong, en dat dus niet officieel aan onze ranglijst mee kan doen en daarom onderaan is geplaatst heette Voorgoed voorbij en is een zeer klassieke ballade, waarin deftig gezongen wordt over hartenleed. Hij heeft het uitgemaakt, zij dacht dat de liefde eeuwig had zullen duren. De fraaiste (en droevigste) zin is dan ook: ‘Ach waarom is er ieder jaar een nieuwe mei?’

Later in de lijst komen we La Brokken nog twee keer tegen, en wat bijzonder is: in het eerste couplet van Voorgoed voorbij zingt ze al de titel van het lied waarmee ze één jaar later de eerste Nederlandse songfestivalwinnares zou worden: ‘net als toen’.


58: Katinka – De Spelbrekers (1962, 0,00%)

O, die frisse broers Hein en Wim van The Padre Twins! Weinig mensen kennen hen nog, maar zij waren aangewezen om op het Nationaal Songfestival van 1962 Katinka te zingen. Maar hun platenmaatschappij zag het liedje niet zitten en dwong de tweeling om zich terug te trekken.

Razendsnel werd aan De Spelbrekers gevraagd om hun plaats in te nemen, en ja hoor: ze wonnen. Dat vervangende duo, bestaande uit Theo Rekkers en Huug Kok, deed het in Eurovisieverband overigens heel slecht: ze eindigden met 0 punten op een gedeelde laatste plaats. Kwam dat mede door de blackout die er tijdens hun optreden plaatsvond?

Het liedje over de ‘kleine kokette Katinka’ werd overigens wel een flinke hit. Er volgden ook bijzondere coverversies, van Paul de Leeuw en Adje bijvoorbeeld, van André van Duin, in duet met zijn eigen alter ego, en zelfs in een reggae-uitvoering van Neerlands Hoop, dat bestond uit Bram Vermeulen en Freek de Jonge.

Katinka, dat in de beste zestiger-jaren-traditie toch ook een beetje op een kinderliedje leek (‘we willen zo graag nog heel even een glimp van je wipneusje zien’) was een compositie van Joop Stokkermans, die later onsterfelijk werd door het schrijven van de muziek van tv-series als Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen, meneer? en Barbapapa.


57: Annie Palmen – Een speeldoos (1963, 0,00%)

Net als in 1962 zonden we in 1963 een bijdrage die evengoed een kinderliedje had kunnen zijn. De eerste zinnen luiden ‘Er was een heel klein herderinnetje van breekbaar wit porselein en als de speeldoos tinkelde dan danste zij sierlijk op het refrein.’ Er is ook nog een verliefd porseleinen herdertje, maar aan het eind van het liedje blijkt er een fee te zijn die ze ‘werk’lijk bij elkaar’ tovert.

Het liedje werd omgeven met een flinke hoeveelheid pech. Annie Palmen was van tevoren uitgekozen door de omroep en mocht dus de hele nationale finale vullen. Maar de muzikanten staakten, en dus moest de zangeres haar liedjes zonder camera’s voor een vakjury zingen, die Een speeldoos koos. Tijdens Eurovisie was de vaste Nederlandse dirigent solidair met de stakers en Palmen moest optreden met een Engelse gastdirigent. Daarnaast moest ze als tweede zingen (volgens de statistieken de startplaats ‘from hell’), was ze zelf ontevreden met zowel de inzet van het orkest als hoe haar bijdrage in beeld werd gebracht, en eindigde ze zonder punten onderaan de ranglijst.

Een speeldoos, dat overigens tijdens de voorronde in Nederland nog Geen ander heette, later omgedoopt werd tot Een droombeeld, en daarna pas zijn uiteindelijke titel kreeg, werd geen hit en is tot op de dag van vandaag een van de minst bekende Nederlandse songfestivalinzendingen.


56: Willeke Alberti – Waar is de zon (1994, 0,02%)

Schrijver Gerbrand Bakker is er nog altijd boos over, waarom kreeg Willeke Alberti niet meer punten? En het is ook vreemd: een van onze grootste zangeressen, met een legendarische status, staat veel en veel te laag in deze ranglijst. Maar de cijfers liegen niet. Haar Waar is de zon sloeg niet aan in Europa, en met maar vier punten (allemaal uit Oostenrijk) belandde Willeke op de twee na laatste plaats.

Ze had het in de Nationale Finale van 1994 als een van acht liedjes gezongen. De nummer twee, Zomaar een dag, was met de oren van nu misschien kansrijker geweest, maar dan hadden we het kwetsbare Waar is de zon gemist, met een tekst die gaat over terugdenken aan iemand die er niet meer is en die je soms zomaar denkt ergens terug te zien.

De karige beloning op het Songfestival heeft de carrière van Willeke Alberti in het geheel niet gedeerd. En Waar is de zon kreeg een cultstatus. Zelf zong ze tijdens de Uitmarkt van dat jaar op een buitenpodium voor massaal publiek een sterke uitvoering van het lied, en cabaretier Marc-Marie Huijbregts zong ooit een ware kippenvel-versie. Dus: vier schamele punten? Soms maakt het allemaal geen snipper uit.


55: De Toppers – Shine (2009, 0,02%)

Met veel bravoure begaven ze zich op weg, drie van onze meest beroemde artiesten (Gordon, Jeroen van der Boom en René Froger), gezamenlijk goed voor jaren ervaring en succes – nu als de Toppers. Gerard Joling, eigenlijk deel uitmakend van het trio, was al eerder afgehaakt (en vervangen door Van der Boom). Ze wilden het ‘anders doen’ en ‘het Songfestival weer op de kaart zetten’.

Dat lukte niet. Ondanks pakken met lampjes erop, ondanks tien punten van de jury uit Albanië en ondanks een perfecte startplek (ze traden als laatste op, wat ze zelf mochten kiezen omdat ze een wildcard voor de loting hadden gekregen), eindigden ze als een van de laatsten in de tweede halve finale.

Terwijl het ook anders had kunnen gaan. In de nationale finale (waarin ze overigens playbackten) zongen ze het jagende Angel of the night, de song die de voorkeur had van de vakjury. We betoogden hier al waarom dat een betere keuze zou zijn geweest.

Gordon, die het ook al in de nationale finale van 1990 had geprobeerd, en in die van 2003, stapte een paar maanden na het Songfestival uit de Toppers.


54: Mrs. Einstein – Niemand heeft nog tijd (1997, 0,02%)

De vijfvrouwsgroep (Saskia van Zutphen, Paulette Willemse, Suzanne Venneker, Linda Snoeij en Marjolijn Spijkers) was bekend van theaterprogramma’s en van het meerstemmig toezingen van politici met liedjes met actuele teksten. Hen werd verzocht om alle bijdragen in de voorronde van 1997 zingen.

Dat waren er zes. Er was niet één liedje dat eruit sprong en zowel Dat liefde zo moet zijn als Toen de aarde stilstond als het winnende Niemand heeft nog tijd kregen ongeveer evenveel punten, met een mini-voorsprong voor de laatste titel.

De tekst – die niemand in Europa kon verstaan – had hetzelfde thema als Slow down van Douwe Bob (Nederland, 2016) en Stress van Odd Børre (Noorwegen, 1968): de druk die ons wordt opgelegd door het jachtige leven. ‘Niemand heeft nog tijd, alleen nog tijd om zich te haasten.’

De melodie was navenant (haastig, druk) en misschien was het teveel een kleinkunstliedje om indruk te maken in Europa. De dames draaiden hun lage klassering evenwel om in hun voordeel: een jaar later toerden ze vol zelfspot door de Nederlandse theaters met een muzikaal Eurovisieliedjesprogramma: Mrs. Einstein goes Europe!


53: Ronnie Tober – Morgen (1968, 0,03%)

Tieneridool in de zestiger jaren, Ronnie Tober, uit Amerika naar Nederland geëmigreerd, had al in 1965 meegedaan aan het Nationaal Songfestival. Toen werd zijn liedje (Geweldig) tweede. Maar wel een grote hit. In 1968 won hij het Nationaal Songfestival, trok naar Londen, eindigde als gedeeld laatste – en het liedje werd géén hit.

Of eigenlijk werd het wél een hit, maar dan in de uitvoering van het in die tijd bekende duo The Blue Diamonds, in de Engelse versie: Someday.

De populariteit van Ronnie Tober had er niet ernstig onder te lijden. Zelfs tegenwoordig voert hij het lied nog vaak uit op songfestivalavonden. Componist Joop Stokkermans schreef eerder de Nederlandse inzending Katinka (zie nummer 58 van deze lijst).


52: Corry Brokken – Heel de wereld (1958, 0.04%)

Nadat de grote dame van de Nederlandse lichte muziek, Corry Brokken, in 1956 had meegedaan (zie liedje nummer 59, Voorgoed voorbij, in deze lijst) aan het allereerste Eurovisie Songfestival én daarna de editie van 1957 had gewonnen met Net als toen, completeerde ze haar trio deelnames door het een jaar later in eigen land nog eens te proberen, dit keer met Heel de wereld.

Ze maakte, qua resultaat, de grootste terugval die een Eurovisie-veterane in die tijd kon maken: van eerste werd ze allerlaatste. Wel nam ze van het lied een Franse versie op, Toi, mon coeur.

Er zijn, behalve die eerste drie deelnames, nog meer songfestivalconnecties voor Corry Brokken. Ze probeerde het in 1959 namelijk nog eens tijdens het Nationaal Songfestival, met drie liedjes, maar ze werd derde, vierde en laatste. In 1966 werd ze voor Duitsland gevraagd om mee te doen, maar ze bedankte. Pas in 1976 was ze weer op het Eurovisiepodium te zien: als presentatrice.


51: 3JS – Never alone (2011, 0,04%)

Een van onze allerbeste groepen (3JS) met een van onze allerbeste zangers en tekstschrijvers in de gelederen (Jan Dulles) werd in 2011 rechtstreeks aangeduid om deel te nemen. In een beschamende Nederlandse finale stelden ze een aantal nieuwe liedjes voor (lees hier waarom we het adjectief ‘beschamend’ gebruiken en waarom we wilden dat er voor het prachtige Weelderig waardeloos gekozen was).

Tijdens de voorronde werd overigens de Nederlandse versie gezongen: Je vecht nooit alleen (voor het festival dus in het Engels vertaald). De tekst spoort aan tot het blijven hopen, het blijven geloven. Het steekt een hart onder de riem van alle dromers met onder andere deze mooie zin: ‘Je hebt de tijd, de eeuwigheid, de verbeelding aan je zij.’

De carrière van de 3JS ging in volle vaart door en dus lijkt het Songfestival slechts een klein verlaten stationnetje te zijn, aangedaan tijdens een vergeten moment van hun reis.


Hoe berekenden we de percentages van deze lijst?

We zochten naar de meest objectieve manier om de prestaties van alle zestig Nederlandse liedjes tot nu toe tegen elkaar af te zetten.

De behaalde plek vergelijken was niet precies genoeg, omdat het aantal deelnemers door de tijd heen veel groter is geworden. Vierde worden op 42 deelnemers is veel beter dan vierde worden op 12 deelnemers.

Daarom keken we naar percentages. Om precies te zijn: het percentage van de punten. We berekenden per jaar hoeveel punten er maximaal gehaald konden worden, keken hoeveel punten de Nederlandse inzending behaalde en verkregen zo dus een behaald percentage.Maar: er zijn nogal wat verschillende soorten puntentellingen geweest. Sinds 1975 kennen we de ‘twaalf punten’ (wat tegenwoordig verdubbeld is omdat zowel jury als publiek eenzelfde aantal punten uitdeelt), maar in de zestiger jaren kwam het bijvoorbeeld voor dat elk land maximaal tien punten mocht uitdelen, maar die naar wens kon verdelen. In dat systeem is het aantal behaalde punten per land relatief veel lager omdat elke jury altijd in meer of mindere mate spreidde. In de praktijk betekent dat dat de winnaars in dat systeem veel verder onder het ‘maximaal haalbare aantal punten’ scoren dan de winnaars van ons huidige systeem.

Om dit te corrigeren en de ranking nog objectiever te maken besloten we niet alleen het percentage van het Nederlandse liedje te berekenen, maar ook dat van de winnaar, en vervolgens voor onze ranking de verhouding van het percentage van Nederland ten opzichte van het percentage van de winnaar leidend te laten zijn. De score van de winnaar zegt namelijk iets over hoeveel punten er gescoord ‘hadden moeten’ worden om te winnen in dat jaar. Door deze ratio te pakken blijft de score relatief, en bekijk je hoe goed Nederland het heeft gedaan ten opzichte van het winnende lied. Hoe kleiner de relatieve afstand die de Nederlandse inzending heeft tot de winnaar, hoe hoger de berekende ratio zal zijn en dus hoe hoger die inzending in de ranking komt te staan. 

Tenslotte zijn er nog de jaren met de halve finales. Om die goed mee te wegen tellen we de scores van een land van de halve finale bij de finale op, en zetten die af tegen de maximaal haalbare score van halve finale en finale bij elkaar. Als een Nederlandse inzending niet door de halve finale kwam, voeren we als ‘score’ in de finale 0 op. Daarna zetten we het totaal, zoals hierboven vermeld, weer af tegen de prestatie van de winnaar.

Nog twee opmerkingen:

  • Nederland won vier keer. In die gevallen is de afstand in procenten van Nederland ten opzichte van de winnaar natuurlijk 0%. Om toch een ranking onder die vier aan te brengen is gekeken naar het percentage van het totaal haalbare aantal punten. Hetzelfde geldt voor andere inzendingen die ex aequo eindigden.
  • 1971 t/m 1973: in deze jaren gaven de twee juryleden elk land een score tussen 1 en 5. Daardoor kreeg elk land dus in elk geval een ‘basisscore’ van 2 per jury. Die punten zijn in onze ranking van het scoretotaal van dat jaar afgetrokken. Ook is het maximaal haalbare aantal punten daar op 8 per jury gezet (en niet 10, want sowieso kreeg iedereen dus al 2 punten).