Nu toert ze met een prachtige chansonvoorstelling, maar toen stond ze nog aan begin van haar carrière: Thérèse Steinmetz. Er waren grote plannen met haar. Het was 1967 en de platenmaatschappij zei: je moet het songfestival doen! ‘Ja leuk,’ zei ze, want ze wilde zingen en ze wilde reizen. Niet veel later werden haar de zes liedjes voorgesteld die ze in de nationale voorronde zou zingen. En toen… toen was ze teleurgesteld.

Of, zoals ze het zelf zegt in het interview dat we hier publiceerden: ‘Ik vond het vreselijk wat ik kreeg. Ik dacht: Jeeee, wat kan ik daarvan maken? Er was één lied bij waarvan ik dacht: dat vind ik mooi.’ En dat was niet het liedje dat het Nederlandse publiek uitkoos: Ring-dinge-ding. Thérèse: ‘De mensen kiezen het slechtste… haha. Dat zie je bij Trump.’

O, dit zei ze ook nog: ‘Ik dacht: ik vind het niet mooi, maar ik ga er alles aan doen om het zo goed mogelijk te zingen. Dat heb ik ook gedaan. Toen ik er eenmaal mee bezig was, viel het me toch ook wel weer mee.’

Klopt dat? Hoe zouden we nu kiezen? Wat heeft de tijd met deze onbekend gebleven liedjes gedaan? Zijn ze wel zo vreselijk? Tijd om terug te luisteren.

In deze eerste aflevering van MET DE OREN VAN NU kiezen wij, medewerkers van Eurostory, onze favoriet, en we vragen de deskundige mening van zangeres Renée van Wegberg (speelde in vele musicals en zal Liesbeth List vertolken in de musical die over haar gemaakt wordt) en van schrijfster Anna Woltz (Gouden Griffel 2016). Daarna lees je welk liedje Thérèse dan wél aanvaardbaar vond, en wat ze nu over de andere zegt. En tenslotte is er ook nog een poll.

Maar eerst: zes keer terug naar de jaren zestig.


WIJ

Ellen Deckwitz koos…

Oh Boeddah wat een geweldig nummer, dat Tornado! Zo zou de soundtrack van een Nederlandse James Bondfilm (met Ben Cramer als bad guy) klinken! Een tien op de schaal van Beaufort dit nummer: goed gezongen (lekker rauw randje heeft Trees’ stem hier!) mooi ritme, opzwepend. En zelfs een beetje geëngageerd: er hing in 1967 al behoorlijk wat in de lucht, het jaar daarop zou heel Europa zo’n beetje synchroon gaan demonstreren voor een revolte. Toptrack! Van de andere nummers krijg ik eerder zin in schoonmaken of bakken. Waarom hebben ze dit niet naar het Songfestival ’67 gestuurd? Dat Ring-dinge-ding is op zijn best liftmuziek in een hotel waar je met korting bent beland! Gemiste kans Nederland, gemiste kans!


Berrie van der Molen koos…

De mooiste regel uit dit zestal liedjes, waarin opvallend veel verwijzingen naar het weer en naar regen in het bijzonder klinken, hoorde ik in Waar ben je: ‘honderdduizend druppels uit de zee van ons geluk, spatten op de stenen van de grauwe straten stuk’. Maar daar zouden de internationale kijkers weinig van hebben meegekregen. Het is Sta stil bij mij dat er voor mij uit springt. Het klinkt alsof het van de soundtrack van een Nederlandse James Bond-film afkomstig is. Best indrukwekkend hoe dit toch korte lied een mooie spanningsboog heeft met een tempo dat een aantal keren elegant aanzwelt en afneemt, zonder dat het onoverzichtelijk wordt. Voor mij is dit het meest zelfverzekerd aandoende nummer, dat achteraf gezien misschien beter had gecontrasteerd met het winnende liedje Puppet on a string van Sandie Shaw.


Jelmer Soes koos…

Sta stil bij mij Op de een of andere manier vind ik het gedragene beter bij Thérèse Steinmetz’ stem passen dan up-tempo of overdreven opgewekt. Ik heb getwijfeld tussen drie nummers die dat melancholische in zich hadden, maar bleef toch het langst hangen bij dit lied. Het is een lied van spannende contrasten: in de muzikale begeleiding, in de zang, in de teksten: van in slaap sussen tot wakker schudden, van loslaten tot terug willen. ‘Ik laat je vrij, maar blijf alsjeblieft bij mij.’ Ik weet dat het geen oorwurm is. En wat had ik graag gewild dat na twee minuten het refrein nog een maal zou volgen. Maar dit lied maakte op mij de meeste indruk.


Sam Jongeneelen koos…

Ik heb gekozen voor het lied Zing. Waarom? Vooral hoe muzikaal invulling wordt gegeven aan de titel, het werkt opzwepend telkens weer ‘zing’ te horen. Bovendien is het onder andere daardoor een lied dat je je later herinnert, het blijft in je hoofd zitten. Het is een vrolijk lied dat je bijna mee zou gaan zingen. Het blijft moeilijk vijftig jaar oude liedjes te beluisteren, de afstand voelt groot. De opzwependheid, vrolijkheid en de orkestgeluiden spreken mij dan toch het meeste aan. Het klinkt gezellig en als een lied waarop vroeger gedanst werd, in tegenstelling tot een groot deel van de andere liedjes. Ten slotte doet het lied me denken aan een vrolijke scène uit een musical, hoewel dat wellicht ook komt door de tekst ‘do re mi fa so la ti do.’


Dave Boomkens koos…

Zing kruipt als een kriebelig beestje je oorschelp binnen om zich vervolgens ergens onder je schedeldak te verstoppen. Niet voorgoed, maar voor een tijdje. En al die tijd bewegen z’n pootjes heen en weer, op de maat van de muziek, rakelings scherend langs dat deel van het centrale zenuwstelsel dat ook wel de hersenen wordt genoemd. Duitsers spreken, in dergelijke gevallen, van een Ohrwurm, maar laten wij vanaf nu een nieuwe term introduceren, namelijk ‘een Steinmetzje’. Want echt, hoe is het mogelijk dat zo’n vreselijk effectief lied niet naar het Songfestival gestuurd is? Was Zing met 125 seconden te kort? Had het Nederlandse publiek teveel gedacht aan het moment dat de Britse actrice Patricia Bredin (ESF ‘57), die met haar 110 seconden, door het ijs zakte? De tekst steekt in ieder geval ongekend slim in elkaar. Zing, als het regenen gaat. Zing, met de druppels op straat. Zing, voor de plassen een lied. Zing, do-re-mi-fa-so-la-si-do als het giet. Mét zo’n tekst had iedere commentator de link naar Nederland, regenland, kunnen maken. Zat daar misschien een diepe angst? Dat de Europese toerist, met zo’n regenachtige tekst, Nederland links zou laten liggen? Ach, wat doet het er toe. We hebben een kans gemist. En dat is doodzonde.

 


Edward van de Vendel koos…

Ik kies voor het lied met het spannendste begin. Anticiperende plukjes op de violen… en dan de mooie, omfloerste stem van Steinmetz die ons beveelt: Hoor. Ze wijst ons eerst op ‘het regenkoor’ (als je dan toch op ‘hoor’ moet rijmen is dit niet slecht), ‘de twijgen spelen met elkaar een spel’ (als je dan toch natuurmetaforen moet bezigen is dit niet slecht), Daarna moeten we van de zangeres letten op ‘het vogelkoor’ en ‘de wind, die vertelt de liedjes door’. Dan moduleert het lied! En er is nóg een koor! ‘Hoor, daar zingt het krekelkoor.’ Er is een karrenwiel dat kraakt, er blaft een hond in de verte. Oooohhh, en het wordt tijd voor een Conclusie. Die levert Steinmetz ons: het gaat hier over náchtgeluiden: ‘Ver van alle dag ontdek je waar de nacht rumoer bedwingt, de natuur het stille uur op zijn manier bezingt.’ Tenslotte: tik, tik, TIK van slagwerk en violen en gitaren en het lied is uit. Heus, ik vind dat er ook wat te zeggen is voor de gekte van Tornado of de meeslependheid van Waar ben je en Sta stil bij mij, maar Hoor doet wat goede liedjes doen: het laat je beter luisteren.


Kees Spiering koos…

Voor mij een kwestie van negatieve selectie. Van de liedjes die Steinmetz tijdens de nationale voorronde van 1967 ten gehore bracht, springt er, wat mij betreft, niet één uit. Niet in positieve zin, althans.
Ik begrijp waarom het Nederlandse publiek destijds Ring-dinge-ding koos. Vrolijke melodie, luchtig, typerend voor het soort muziek dat de gemiddelde liefhebber van mainstream ‘Nederlandstalig’ toentertijd graag hoorde. De tekst vind ik echter onverteerbaar. Hoog gelegenheidsgehalte, ‘scenes’ ontstaan uit rijmdwang. Overigens schreef de tekstdichter in kwestie diverse onvergetelijke liedteksten.
Ik kies Waar ben je. Muzikaal een frustrerend lied. Voortdurend het idee dat het, als de componist íéts meer naar links of rechts was gegaan, een kippenvelnummer had kunnen zijn. Dat is het nu niet, al vind ik de regel “en de herfst, die langzaamaan bezit nam van mijn hart” vanwege de muziek in combinatie met Steinmetz’ stem ontroerend mooi. De intensiteit waarmee Thérèse S. dit lied zingt, maakt het voor mij geloofwaardig.
Op mijn tiende was ik trouwens fan van Thérèse Steinmetz. Had haar op zwart-wit-tv gezien (die ogen!) en kende twee van haar liedjes: Speel het spel en Tussen acht en half negen. Het eerste vond ik bijzonder – het tweede bijkans onverdraaglijk mooi.


Zeno Kapitein koos…

Het is in ieder geval niet te merken dat onze Thérèse de nummers maar niets vond: de emotie is prachtig overgebracht in praktisch alle liedjes. Al snel werd mij (en de vriend die ik onverbiddelijk dwong mee te luisteren) duidelijk dat Thérèses stem ons inziens duizend keer prachtiger uit de bus komt in de beladen ballades dan in de zonnige zang zoals ze die in Zing en Ring-dinge-ding bezigt. Opvallend is dat er bijna een overkoepelend thema boven de nummers lijkt te zweven: de problematiek van de Moeilijke Man (ons beiden trouwens ook goed bekend) en diens vele facetten. In sommige nummers mist ze die enorm, in anderen is ze volledig over Hem heen (or so she thinks). Deze editie gaat wat mij betreft dus naar Waar ben je: een klassieke 1960-stijl met prachtig uitgevoerde Nederlandse zang. Thérèse bedankt, voor iedere versie!