Op tafel ligt het programmaboekje van het Eurovisie Songfestival in Cannes, 1961. Greetje Kauffeld nam voor Nederland deel met Wat een dag. Ze werd tiende. Ze zette het liedje nooit op de plaat. Toch zong ze het de afgelopen jaren weer – in haar jubileumtournee. Waarom eigenlijk? Daarover spreken we, maar ook over stemmen en melodieën, en over een gelukkig leven.

Wat bijzonder dat u dat programmaboekje nog hebt.
Ik kreeg een verzoek van iemand die ze spaart. Ik ben gaan zoeken en toen ik het vond dacht ik: wat is het prachtig. Maar ik kan het echt niet weggeven. Het is historie!

Voordat u in 1961 naar Cannes ging had u al drie jaar meegedaan aan de Nederlandse voorrondes. Het festival was net begonnen en Nederland was toen, heel anders dan nu, een van de toplanden. We hadden al twee keer gewonnen. Was het voor u als jonge zangeres logisch om mee te doen?
Het is natuurlijk heel erg lang geleden, dus ik weet niet meer wat ik dacht. Maar het lijkt mij toch wel. Ik weet dat mijn ouders in 1956, net voordat ik zangeres werd, nog geen televisie hadden en toen ben ik bij andere mensen gaan kijken. Ik ben er dus vanaf het begin wel mee bezig geweest. En als je dan gevraagd wordt, in 1958, om op nationaal niveau mee te doen, is dat fantastisch voor een beginneling.

U werd gevraagd? Het was geen idee van uzelf, of het team om u heen?
Ik had helemaal geen team om me heen. Ik zat bij The Skymasters, het beroemde radio-orkest, dus die waren mijn team. Ik denk dat de regisseur van het festival, Gijs Stappershoef, me gevraagd heeft.

In die jaren was het zo dat de artiest weinig invloed had op welk liedje hij of zij moest zingen.
Ja, dat is waar. Ik heb nog een foto, waarop Dolf van der Linden, de dirigent van het Metropole Orkest, dat de voorrondes begeleidde, me een liedje voorspeelt. Zo gebeurde dat dus. Ze zochten natuurlijk wel een liedje uit waarvan ze dachten dat het bij jouw stem paste

Maar u kon niet zeggen: ‘Hier heb ik niet zoveel mee.’
Nou nee, ik was net begonnen, dus dat deed je gewoon niet.

Uw eerste nationale deelname was met Stewardess, dat niet op YouTube te vinden is, maar het heeft zo’n grappige eindzin: ‘Ik kijk met welbehagen op Europa neer.’
O jeetje! Dat wist ik helemaal niet meer! Ja, ik heb dat nooit teruggezien. Het was een heel apart liedje. Het was alleen geen mooie melodie. Het zat ‘m meer in de tekst. Volgens mij had ik nog een liedje in die voorronde, Afscheid zonder meer, en dat was wel een mooie melodie.

Het jaar erna zong u drie liedjes, Mijn hart en ik, samen met John de Mol, en Op het plein en Als ik denk aan geluk.
O, ja, ja… Op het plein was een beetje jazzy, qua intonatie en intervallen en zo. Best moeilijk.

In die jaren was het systeem dat één liedje twee keer werd gezongen, maar door twee verschillende artiesten.
Dat was inderdaad zo. Ook het jaar erna, in 1960, met Niet voor mij, het werd één keer met groot orkest gezongen en één keer met klein combo.

Dat liedje hebt u ook opgenomen. 
Ja! Het was echt een ontzettend succes. Ik was inmiddels weg bij The Skymasters, na daar drie jaar vaste zangeres te zijn geweest. Ik kreeg zoveel andere aanbiedingen, met name uit Duitsland, dat ik dacht: dit kan ik niet meer combineren. Toen deed ik ook veel schnabbels in het land, bij verenigingen en zo. Dan moest ik dat liedje altijd twee of drie keer zingen. Het is ook een mooie melodie.

U hebt geen van de andere liedjes op de plaat gezet, zelfs uw uiteindelijke Eurovisieliedje Wat een dag niet!
Ja, dat is ook heel apart. Het had iets met de platenmaatschappij te maken. Het was allemaal heel ingewikkeld.

O, dus het was niet omdat u ontevreden was over het liedje?
Nee, nee! Het gekke is: ik ben pas later gaan beseffen wat voor een goed liedje dat was. Niet speciaal de tekst, maar de melodie. Het is ook zo leuk om te zingen. Maar dat besefte ik toen niet zo.

Vond u het destijds een middelmatig liedje?
Ik denk niet dat ik het middelmatig vond. Maar ik kijk er nu wel heel anders tegenaan. Ik denk dat ik het een beetje lastig vond door de tekst. Met al die g’s erin. Wat een daGGG – dat is zo hard. Het is gelijk zo’n binnenkomer. Voor het buitenland al helemaal. En veel zinnetjes zijn best moeilijk om te zingen. ‘Ik heb ongestraft zelfs in ’t park aan de overkant bloemetjes geplukt.’ Nou… dat is niet makkelijk.

Wat is het goede aan het liedje?
Het is een beetje jazzy. Het swingt. Het kán swingen. En de melodie is goed opgebouwd.

Door de tekst was het internationaal misschien te moeilijk.
Nou… Vera Lynn, de grote zangeres, was in Cannes, en die was heel enthousiast. En de crew van de Engelsen ook. Maar Vera Lynn kwam na afloop speciaal naar me toe om me te complimenteren. Jammer dat daar geen foto van is!

Ze had blijkbaar geen last van de ‘g’.
Nee, daar heeft ze het niet over gehad!

Ik vraag het zo uitgebreid omdat u tijdens uw hele carrière altijd het belang van de tekst van liedjes hebt benadrukt. U vertelt in uw uitvoering van een song ook echt het verhaal dat de woorden u aangeven. Maar dat is misschien niet simpel bij Wat een dag, omdat het enkel een blije verliefdheid benoemt.
Ja, ik denk dat er niks méér mee te doen was dan wat ik toen heb gedaan. Maar wat de muziek betreft: je kunt er wel een swingend liedje van maken! Ik heb nooit strak gezongen. Ik heb altijd een bepaalde timing gehad, die er van nature was, en die niet strak op de maat was.

U hebt in het begin van uw carrière ook veel Duits gezongen. In die taal, met al zijn medeklinkers, lijkt het me moeilijk om een liedje jazzy te benaderen.
Maar dat heb ik toch gedaan! Een van mijn eerste opnames was Leider nur eine schlechte Kopie. En ik viel in Duitsland in eerste instantie op door mijn stem, maar ook omdat ik Duits kon zingen op een manier die zij niet gewend waren. Met een bepaalde timing die zij niet hebben. Ik kan niet anders. Ik zing ontzettend graag in het Duits. Heerlijk! En een liedje krijgt toch een heel andere lading, als je het met een klein beetje afwijkende timing zingt.

Wordt het dan persoonlijker?
Ja, dat is het woord.

Als we het over goede teksten hebben, de schlager die u net noemde, Leider nur eine schlechte Kopie, barst van het rijm en het binnenrijm.
Ja, dat is een fantastische tekst. Die is op mijn persoon geschreven. De tekst is grappig en viel erg op in Duitsland. Niet dat het liedje zoveel verkocht heeft, maar de producers vonden het leuk, en dat is als je begint natuurlijk heel belangrijk.

Hoe kwam het, dat u uw liedjes jazzy-achtig vertolkte?
Ja, dat deed ik van nature. Hoe dat komt weet ik niet. Op YouTube staat een opname van toen ik negentien was, met Jan Blok, I couldn’t sleep a wink last night, alleen zang en gitaar. En daar hoor je het al heel goed. Natuurlijk ontwikkel je het ook in de loop der jaren, maar de aanleg moet wel aanwezig zijn.

Las u veel, als kind?
Ja, ik heb altijd veel gelezen.

Zou daar een verband liggen? Dat u hield van verhalen en dus de tekst alle ruimte wilde geven?
Ik geloof niet dat dat ermee te maken heeft. Ik denk toch dat het komt doordat ik veel naar de radio heb geluisterd. Naar het programma USA Cabaret bijvoorbeeld, waarin ze liedjes speelden uit Amerika. Nat King Cole, Doris Day, Frank Sinatra. Dat heeft me natuurlijk onbewust heel erg beïnvloed.

Wilde u daardoor ook graag op reis gaan? Naar Amerika, bijvoorbeeld?
Nee, daar dacht ik niet aan. Mijn eerste en enige doel was zangeres worden.

Uw ouders brachten dat niet speciaal aan, dat is helemaal vanuit uzelf gekomen?
Ja, ik begrijp er niks van!

Om nog even terug te komen op het Songfestival: de drie keer dat u de voorronde niet won was u derde. Maar in 1961 was er geen competitie: u werd als enige gevraagd.
Ik denk omdat Niet voor mij zo’n succes was, en toen hebben ze Wat een dag voor me gemaakt. Ik was in Groningen en ze hebben me het liedje door de telefoon voorgespeeld. Dat was heel apart. Zo heb ik het voor het eerst gehoord.

Hebt u nog altijd herinneringen aan die week in Cannes?
Ik had het liedje natuurlijk goed ingestudeerd, maar ik weet nog dat de vraag was wat ik met mijn armen ging doen. Met Piet te Nuyl, directeur van de VARA, en met Dolf, de dirigent, heb ik op mijn hotelkamer staan oefenen.

Was er contact met de andere deelnemers?
Ja. Ik had goed contact met de Deense zanger, Dario Campeotto. Dat was een leuke jongen.

Het verhaal is dat u een avond met hem uit bent geweest.
Ik weet niet meer wat we gedaan hebben… haha. Nee, ik weet het écht niet meer. Het was na afloop van het festival en ik weet alleen nog dat ik ’s ochtends heel vroeg pas weer terug was in het hotel. Maar er is niks bijzonders gebeurd hoor, denk ik. Wacht, ik zoek hem even op in het programmaboekje. Kijk, dat is toch een leuke jongen?

U hebt een keer over het festival gezegd: ‘Ik heb er geen voordeel en geen nadeel van gehad.’
Dat klopt. Ik heb voordeel gehad van Niet voor mij. Maar toen woonde ik ook nog in Nederland. Ik was al bekend door The Skymasters, die twee radio-uitzendingen in de week hadden waar veel naar geluisterd werd, maar door dat liedje werd ik nog bekender. Maar het jaar erop, toen ik Wat een dag deed, was ik al veel meer in Duitsland. Kort na het festival ben ik er ook naartoe verhuisd. Ik was met die carrière daar bezig. Eurovisie heeft daar geen invloed op gehad. Het is gewoon voorbijgegaan. Wat een dag heeft verder niks gedaan.

Weet u nog iets van uw aankomst op Schiphol? In andere jaren stond er veel publiek te wachten?
Nou, dat was niet zo. Ik heb nog wel een foto van ons vertrek. Mijn moeder was ook mee, en we droegen allebei een enorme hoed. Ik had nooit een hoed op, dus god mag weten waarom we dat toen wel deden. Maar het terugkomen… nee, dat is geruisloos voorbij gegaan.

Na vele jaren bent u Wat een dag weer gaan zingen. Waar kwam dat door?
Het heeft echt heel lang geduurd voor ik het weer op mijn repertoire nam. Maar op een gegeven moment werkte ik met de saxofonist Jan Menu en hij had een cd opgenomen met instrumentele versies van allerlei Nederlandse liedjes. Daar stond ook Wat een dag op. Opeens hoorde je de melodie zo goed! En ik begon af en toe terug te blikken in mijn programma’s, om de mensen te laten weten wat ik vroeger allemaal gedaan heb, en toen kwam dat samen. Ik pakte het weer op. Ik heb het voor het eerst echt weer gezongen in 2011. In de kleine zaal van het Concertgebouw. Jan had de componist uitgenodigd, Dick Schallies. En toen heb ik het speciaal voor hem gezongen. Ik zong het twee keer, ook nog eens als toegift. Dat was heel speciaal.

Nu zingt u het regelmatig.
In 2017 heb ik mijn zestigjarig jubileum gevierd, met een tournee. Dat was zo fantastisch! Na de pauze van de show ging ik terug in de tijd en daar hoorde dat liedje natuurlijk helemaal bij. Maar ik ga het niet meer in mijn gewone programma doen. Het moet echt in de context passen.

Wat zong u tijdens die terugblik nog meer?
My blue heaven, bijvoorbeeld, want dat was mijn eerste liedje voor The Skymasters, toen ik auditie voor ze deed. En ook het allereerste liedje dat ik ooit voor de radio zong, toen ik dertien was, C’est si bon.

U was op jonge leeftijd dus al heel ambitieus.
Ik zat op de mulo en ik zong bij een bandje, met jongens van de hbs. We speelden op schoolfeestjes en zo. Maar in 1953 werd Minjon opgericht. Dat was de jeugdafdeling van de AVRO, waarin jongeren samen konden komen om te leren hoe je radio maakte. Ik woonde in Middelburg en daar was ook een afdeling. Toen hebben we met The Raindrops, zoals we onszelf noemden, opnames gemaakt, die naderhand naar Hilversum werden opgestuurd. Daarop speelden we liedjes die in die tijd populair waren, waaronder dus C’est si bon. En een paar jaar geleden kreeg ik een mail van de enige jongen van dat bandje die nog leeft. Hij had onze opnames teruggevonden. Die waren zo leuk om te horen!

Uzelf als dertienjarige… Herkende u dat meisje nog?
Mijn stem is natuurlijk heel anders. Hoger. Maar ik herkende haar toch nog wel.

Er zijn veel momenten uit uw verleden vastgelegd. Het lijkt me zo wonderlijk om dat allemaal terug te zien.
Het is vaak net of je naar je dochter zit te kijken. Of naar een kleinkind. Maar natuurlijk is de basis van wat dat meisje was hetzelfde, die zit er nog altijd in. Alleen het lichaam is ouder geworden. Dat is eigenlijk het enige.

Ontroert het u om uzelf terug te zien?
Of het me nu echt ontroert… Ik vond het terughoren van dat dertienjarige meisje een wonder. Dat het er nog was. Maar als ik mezelf als negentienjarige op YouTube met die gitarist zie, met I couldn’t sleep a wink last night… ja, dat vind ik wel ontroerend.

Wat voor een meisje was u? Hoe was haar karakter?
Ze had de vaste wil om zangeres te worden. Ik wilde niet beroemd worden, ik wilde zangeres worden, dat is een verschil. Een echte doorzetter was dat meisje. En ze had lef. Ik weet nog dat ik de eerste keer naar de studio ging om live met The Skymasters voor de radio te spelen, en ik kwam binnen en het was voor mij vanzelfsprekend. Ik wist: dit is het. Hier hoor ik. Ik vond alles prachtig wat er gebeurde – en het hóórde zo. Dat gevoel heb ik altijd gehouden.

Waar hebt u zich tijdens uw carrière het meest thuis gevoeld, in de opnamestudio of op het podium?
Allebei. In het begin had je de radio en de televisie en je optredens met de band op partijen. Dan zat je gewoon als zangeres de hele tijd met het orkest op het podium en als je aan de beurt was stond je op. In Duitsland deed ik vooral radio en televisie, er werden heel veel muziekprogramma’s gemaakt, daar kon je van leven. Ik deed eigenlijk geen optredens in het land. Pas later, toen ik weer terug was in Nederland, begon ik ook optredens in mijn eentje te doen, nou ja, met muzikanten dan hè? En dat moet je leren, in je eentje op de bühne staan. Dat jij de mensen moet vermaken.

Wat is het moeilijke daaraan?
Je programma moet goed in elkaar zitten. En je moet er stáán en niet verlegen zijn. Je moet ook fouten durven maken, daar leer je van. Ik ben nu zover dat het me niks uitmaakt als ik een fout maak. Ik stop gewoon, dat is helemaal niet erg. Je hebt ervaring nodig om over je fouten heen te komen. Dat is een heel proces geweest. Het is trouwens pas een jaar of vijfentwintig dat ik zo in mijn eentje op het podium sta, dat ik een avondvullend programma heb, samen met de muzikanten om mij heen. Voor die tijd heb ik veel radiowerk gedaan en kinderen gekregen, dus daar had ik het ook druk mee.

Kijkt u graag terug?
Ik heb het grote geluk gehad dat ik, toen ik eind jaren zestig terugkwam in Nederland, met Joop de Roo ben getrouwd, producent en hoofd van de afdeling Lichte Muziek van eerst de NOS en later de AVRO. Door hem heb ik hele mooie producties kunnen maken. Daar kijk ik met veel plezier op terug. Dan zie ik hoe bevoorrecht ik ben geweest. Maar ik ook graag terug op mijn carrière in Duitsland.

Denkt u er bewust af en toe weer aan, gaat u ervoor zitten?
Nee, dat doe ik niet. Kijk, zestig jaar zangeres zijn is niet niks. En nog steeds goed kunnen zingen is ook niet niks, want dat is niet vanzelfsprekend. Ik wil niet dat ze zeggen: ‘Ze zingt nog leuk voor haar leeftijd.’ Ik ben dus heel gelukkig met de cd die we vorig jaar gemaakt hebben, A song for you. Het is nog geen afsluiting, maar het zou een mooie afsluiting kunnen zijn. Begrijp je? Dat ik op deze leeftijd nog zo’n plaat kan maken. Ik vind het fijn om daar op terug te kijken, maar ja, dat is nog heel recent.

In hoeverre is uw stem veranderd?
Niet wezenlijk. Ik zing al mijn liedjes nog in dezelfde toonsoort. Ik werk dagelijks aan mijn stem. Ik oefen elke dag mijn toonladders en daarna zing ik met mijn eigen liedjes mee. Meestal een paar stukken van mijn cd met een Duitse bigband van twintig jaar geleden.

Bent u zenuwachtig voor een optreden?
Ja! Gespannen. De hele dag. En ik wil dan niet praten. Ik ga ook niet van tevoren eten of zo, dat is niet goed. En ik drink thee met honing.

Hoe voelt u zich dan ná een concert?
Dan ga ik aan de wijn! Als alles gelukt is voel ik een ontzettende opluchting en ontlading. Dat is echt een geluksgevoel. Het is natuurlijk ook heel belangrijk of het publiek mee wilde. Je hebt soms publiek dat zich niet helemaal zo uit als jij hoopt. Maar als het wel lukt is het allemaal zo feestelijk.

Zijn er in de stukken die u nu zingt, tekstfragmenten die veel voor u betekenen?
Kijk, bij een stuk als Up a lazy river is het vooral de melodie. En daar gaat de tekst heerlijk overheen. De timing is dan heel belangrijk, je moet het lekker laten vloeien. Maar in A song for you staat één zinnetje dat ik bijzonder mooi vind: I love you in a place where there is no space or time. Ik heb dat gezongen in een concert met jazzpianist Lex Jasper, en toen kwamen er naderhand mensen naar Lex toe, die hadden zitten huilen. Die hadden net iemand verloren, denk ik. Dan raak je iets door de tekst en door de manier waarop je het brengt. Het is heel bijzonder om dat mee te maken.

U zegt altijd in interviews u zo’n gelukkig leven hebt. Toch zijn er ook minder fijne dingen gebeurd. U lijkt een soort talent te hebben om de dingen van de positieve kant te bekijken.
Nou… als ik naar het nieuws kijk valt er niet veel van de positieve kant te bekijken. Ik ben heel pessimistisch over de wereld. Wat mezelf betreft… je hebt natuurlijk allemaal je ups en downs, maar ik ben toch een gelukkig mens, omdat ik wat ik als klein meisje wilde doen ook heb kunnnen doen. Maar de wereld verkeert in een droevige toestand. Wat mensen met de aarde doen en met de dieren, het is één grote puinhoop. Ik denk dat we onze eigen ondergang tegemoet gaan als we zo doorgaan, en we gáán zo door. En verder, op het persoonlijke vlak: je ontkomt niet aan de nare dingen die er gebeuren. Mijn man heeft Alzheimer en kon op een gegeven moment niet meer thuis blijven wonen. Dat is natuurlijk heel erg geweest. Maar dat moet je dan verwerken. Toch neemt dat niet weg dat ik ook twee prachtige kinderen heb. En geweldige kleinkinderen. Dus alles bij elkaar is het een goed verhaal.

Ziet u uw man vaak?
Ik ga eens per week naar hem toe.

En luistert u dan samen naar muziek?
Hij zit er al vier jaar en hij kan inmiddels niet meer lopen en niet meer spreken, dus ik ga meestal met hem naar het restaurant. Als er nog iemand anders meegaat kun je met elkaar praten, en dan is hij erbij. Hij drinkt zijn advocaatje met slagroom, dat vindt hij lekker. Hij maakt meestal een heel tevreden indruk. Waar hij inderdaad wel op reageert is de muziek. In 1976 heeft hij zes programma’s gemaakt met het Metropole Orkest, steeds over één belangrijke jazzcomponist. Ons plan is nu om naar hem toe te gaan en die programma’s met een koptelefoon aan hem laten horen. Dan zal hij zeker reageren. Twee jaar geleden deed ik mee aan een concert met datzelfde orkest, en dat ging over Frank Sinatra die honderd geworden zou zijn. Een paar verpleegsters hebben hem toen met een speciaal busje meegenomen en dat vond hij fantastisch. Dus muziek komt nog heel goed bij hem binnen.

Herkent hij u?
Ja, dat wel. Dat denk ik tenminste. Soms is het moeilijk om te zien. Het is natuurlijk een verschrikkelijk proces.

En u moest opeens weer alleen wonen.
Ja, maar daar ben ik wel goed in. Ik ben een beetje een einzelgänger.

Dat was dat meisje van dertien ook al, toch?
Ja, dat ben ik gewoon. Ik kan mezelf goed vermaken. En weet je, het is ook een proces. Eigenlijk is dat al zes jaar voordat hij ergens anders moest wonen begonnen. Het is niet zo dat er een gezond iemand vertrekt. Op een bepaalde manier was ik al een tijd alleen. En als je dan weet dat iemand goed verzorgd wordt en dat hij daar fijn woont, dan heeft het absoluut geen zin om zelf ook nog eens ziek te worden. Op een gegeven moment, voordat hij daar ging wonen, had ik een bloeddruk van tweehonderd. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Dus dit is een gezondere situatie. En ik heb natuurlijk Ella, mijn hond. Want zonder dieren kan ik niet!

En Ella is vernoemd naar…?
Naar Ella Fitzgerald natuurlijk!

 


JAZZ OP HET SONGFESTIVAL

We luisterden samen met Greetje Kauffeld naar vijf jazzliedjes uit de geschiedenis van het Songfestival.

 

Nora Brockstedt – Sommer i Palma – Noorwegen 1961, 7de

Wat een mooie melodie! Ik herinner me er niks van, maar dit is echt een heel mooie melodie. Zou dat liedje in haar eigen land wat gedaan hebben? Wat prachtig! O, heb ik destijds ook gezegd dat dit mijn favoriet was? Eerlijk waar? Jeetje. Wat een bijzondere zangeres!


Christina Simon – Heute in Jerusalem – Oostenrijk 1979, 18de

Interessant liedje. Maar ik vind het jammer dat zij het zingt. Dat geluid van haar stem is zo schel. Als je dat vergelijkt met Nora Brockstedt van daarnet… Als die dit had gezongen, dan had het heel anders geklonken, dan werd het eigenlijk een ander liedje. Veel warmer. Nu is het zo koud. Bij het eerste woord dat ze zingt hoor je het al: een kille klankkleur.


Anna Mjöll – Sjúbídú – IJsland 1996, 13de

Ik zit net te denken: wat zijn stemmen toch belangrijk. Dit is echt helemaal geen goede stem. Het is echt wel grappig bedacht, maar er had een ander soort zangeres moeten zijn.

Het liedje gaat ook over ‘shubidu’, over het improviserend spelen met klanken, wat ook wel scatten wordt genoemd. Dat hebt u nooit gedaan, toch?
Nee, dat kan ik helemaal niet. Ik kan eigenlijk ook niet improviseren. Ik verander weleens iets kleins in een liedje, maar verder dan dat ga ik niet. Dan ben je geen zangeres meer, maar je stem wordt een instrument. Als Ella Fitzgerald dat doet vind ik het prachtig, maar er zijn ook veel teveel zangers die het niet kunnen en het toch doen. Voor mij is het versiering, het is iets voor erbij, het kan je succes verhogen. Maar het gáát om het liedje.


Madness of love – Raphael Gualazzi – Italië 2011, 2de

Hier krijg je meteen een goed humeur van. Een liedje moet je gelijk wat doen, en dat gebeurt hier. Is hij tweede geworden? Wat geweldig. Het heeft sfeer. Misschien is het geen fantastische stem, maar dat maakt hier niet zoveel uit.

Houdt u van die spectaculaire eindes, waarbij het hele orkest meespeelt?
Voor mezelf niet, maar dat komt omdat ik niet zo’n harde stem heb. Als je een magistrale stem hebt dan kan het, dan verzink je er niet in.


Amar pelos dois – Salvador Sobral – Portugal 2017, 1ste – jazz-uitvoering

Ik ben heel benieuwd. Ik vind dat melodietje een schoonheid. Echt een schoonheid. O, maar van deze uitvoering ben ik niet zo kapot. Met name dat slagwerk past niet bij dit liedje. Dat vegen met zo’n kwastje. In de oorspronkelijke versie is het zo mooi dat het tempo niet duidelijk is. De piano geeft wel iets aan, en de strijkers ook, maar het is niet zo nadrukkelijk. En hier wordt het juist benadrukt, wat helemaal niet hoeft bij dit liedje. Het is zonde van de sfeer. Je moet het klein houden, en dat deed die jongen op een prachtige manier tijdens het Songfestival.

Zou het een liedje zijn dat u kunt zingen?
Ik denk het wel. Alleen niet in het Portugees! In het Engels, dat zou kunnen. Maar ik maak toch geen cd meer.

Nee?
Nee. Ik ben veel te blij met de laatste. Ik heb ermee bereikt wat ik wilde bereiken.

 



Lees ook onze andere interviews met oud-Eurovisiedeelnemers:

OG3NE (Nederland 2017)Jamala (Oekraïne 2016)Ann Sophie (Duitsland 2015)Softengine (Finland 2014)Paradise Oskar (Finland 2011)Ralf Mackenbach (Nederland junior 2009)Alexander Rybak (Noorwegen 2009, 2018)Hind (Nederland 2008)Geir Rönning (Finland 2005)Paul de Corte (Re-union, Nederland 2004)Liliane St-Pierre (België 1987)Ami Aspelund (Finland 1983)Walter Verdin (Pas de Deux, België 1983)Stella Maessen (Nederland 1970, België 1977, 1982)Linda Williams (Nederland 1981)Sandra Reemer (Nederland 1972, 1976, 1979)Heddy Lester (Nederland 1977)Lenny Kuhr (Nederland 1969)Thérèse Steinmetz (Nederland 1967)