Dit zei ze, nadat ze gewonnen had op het festival van 2014: ‘This night is dedicated to everyone who believes in a future of peace and freedom. You know who you are. We are unity and we are unstoppable.’ Zo’n lading had nog geen enkele winnaar meegegeven aan de eindzege bij een songfestival. Conchita Wurst, de dame met de baard uit Oostenrijk, had een boodschap. En die boodschap heeft ze ook in haar semi-autobiografie: Ich, Conchita.

Ik zeg: semi-autobiografie, want de oorspronkelijke ondertitel luidt: Meine Geschichte, aufgeschrieben und erzählt von Daniel Oliver Bachmann. Maar van proloog tot epiloog is het duidelijk wie de touwtjes in handen heeft: Conchita zelf, of Tom Neuwirth, zoals hij als jongen en man heet wanneer hij zichzelf niet aan de wereld toont in bearded drag. Zijn dragnaam komt overigens van ‘concha’, het woord dat Cubanen gebruiken voor een aantrekkelijke vrouw, of ‘conchita’ als die dame naast sexy ook nog eens lief is. En ‘Wurst’ heeft niks met worsten te maken, of met de lichaamsdelen die daarop lijken, maar met het Duitse gezegde: ‘Ist mir Wurst’- ‘Ik trek me nergens iets van aan.’

In korte hoofdstukken vertelt Conchita hoe de kleine Tom opgroeide in Bad Mitterndorf, een plaatsje van drieduizend inwoners, waar zijn ouders een restaurant hadden. Ze vertelt vol liefde over die ouders en over haar grootmoeder. Maar toch is Bad Mitterndorf een trauma-plek, want al snel wordt Tom bestempeld als ‘schwul’, homoseksueel. Het pesten is hevig en gaat jarenlang door. Ook als Tom op veertienjarige leeftijd naar de stad Graz verhuist, om daar naar de mode-opleiding te gaan, is het leven op sociaal vlak niet veilig, omdat hij in een internaat slaapt waar alleen maar jongens verblijven en al snel hetzelfde pesten begint, zelfs heviger wordt. ‘In 2014 kreeg ik het ereburgerschap van Bad Mitterndorf aangeboden. Omdat ik niet verbitterd was geraakt door mijn ervaringen kon ik het aannemen. Ik voelde dat er iets opgekomen was in de harten en hoofden van degenen die me vroeger in een hoek gedreven hadden: het besef dat het oké is om anders te zijn. Niemand weet wat de toekomst zal brengen, en dat is waarschijnlijk ook maar het beste. Als we wisten welke moeilijkheden het leven voor ons in petto had zouden we het misschien gewoon opgeven. Elke dag als ik me klaarmaakte om naar school te gaan en als ik dacht aan de dag die voor me lag, voelde ik dat ik misselijk werd. Tijdens de les kon ik niet wachten tot de bel ging. Ik was voortdurend nerveus en ik voelde me machteloos ten opzichte van de spottende blikken en de pestbuien van mijn klasgenoten. Er was niets dat ik kon doen om terug te vechten, want het machtsevenwicht lag duidelijk aan hun kant. Zij waren met veel en ik was maar alleen – zo voelde het in elk geval. Later begreep ik dat het wat anders lag, toen ik verhalen hoorde over schijnbaar gewone vaders die hun gezin verlieten om hun ware natuur te volgen. Maar in mijn schooltijd voelde het alsof iedereen neerkeek op homo’s, alsof iedereen ze haatte. Toch had ik het nog weer makkelijker dan sommige anderen. Ik werd niet in elkaar geslagen, hoewel dit, als je jong bent, om allerlei redenen kan gebeuren. Florian, mijn beste vriend in die tijd, sloeg de spijker op de kop. “Je hoeft geen homo te zijn om het op school moeilijk te hebben,’ zei hij. ‘Een bril of een beugel volstaat.”‘

Aan dit fragment is te zien wat de drijfveer achter het boek is. Conchita zet het verhaal van de kleine Tom in om te pleiten voor verdraagzaamheid. Alles staat in dit teken. Of het nu om Conchita’s ontmoetingen met politici gaat (zoals die met Kofi Annan of de Oostenrijkse kanselier), over haar betrokkenheid bij sociaal-maatschappelijke acties als Life Ball of Light into Darkness, over haar ideeën over adoptie- en huwelijksrecht voor homo’s, over haar bewondering voor de potentiële kracht van Europa, ze brengt haar engagement hartstochtelijk en intelligent. Ze is belezen (of haar ghostwriter Bachmann is dat) en soms zelfs een beetje té vol van haar eigen missie. Zo begint het hoofdstuk ‘Over kanseliers, presidenten en secretarissen-generaal’ als volgt: ‘We are unstoppable, wir sind nicht zu stoppen, nous sommes imparable, somos imparables – mijn droom is waarheid geworden. Mijn woorden, onze slogan, zijn de wereld ingetrokken, hebben een gehoor gevonden, verspreidden zich als een lopend vuurtje. Deze woorden hebben hoop gegeven aan stemmen die niet gehoord worden, ze hebben de slapenden wakker gemaakt, ze hebben de sterken verenigd. En ze zijn ook een doorn in het oog geworden van de homofoben, de misanthropen, de egoïsten. Op de avond van de tiende mei 2014 had ik geen tijd voor hen, maar dat is nu veranderd. We reiken hen de hand. Iedereen mag aan boord. Het is nooit te laat om liefde te voelen.’  En zo voort. Clichématig misschien, maar wel doorvoeld en werkelijk gemeend. Conchita Wurst is een zorgvuldig opgebouwde verschijning, met meningen en een achtergrond waar Thomas Neuwirth op een intelligente manier over nagedacht heeft. Dit boek – waarvan de Engelse titel misschien nog accurater is, Being Conchita – getuigt van wie Conchita wil zijn.

En niet van de persoon die Tom is. Van zijn privéleven in de laatste jaren krijgen we niets te zien. Er wordt in het hele boek bijvoorbeeld niet één keer over een geliefde gesproken. Tom is evenzeer van ons afgeschermd als hij in de huid van Conchita is – ook dit boek is in drag. Grappig genoeg zijn de enige bladzijden die aan die afstand ontsnappen die waar het over kleding, mode, modeshows en ontmoetingen met grootheden uit de fashionwereld als Jean-Paul Gauthier, Karl Lagerfeld en Vivienne Westwood gaat. Dan houdt de verteller zich niet in, dan glanst het enthousiasme door de pagina’s heen en dan zien we de tengere, opgewonden veertienjarige modeschoolleerling Tom opeens even écht.

Dat het in het boek niet al te uitgebreid over het songfestival gaat (en al helemaal niet over de andere deelnemers, Conchita vermeldt kort dat ze graag Aram Mp3, de Armeense zanger, wilde ontmoeten, en de Zweedse zangeres Sanna Nielsen – maar over haar directe concurrenten, The Common Linnets, zegt ze enkel dit: ‘Zoals heel veel anderen had ik nauwelijks gehoord van het Nederlandse duo Ilse DeLange en Waylon, waarschijnlijk omdat ik zelden naar countrymuziek luister’) is voor Eurovisievolgers een beetje jammer. Hoewel het verhaal over haar toiletbezoek tijdens de puntentelling, waarbij die hele ingewikkelde jurk uit moest en haar microfoontje in de wc-pot viel, natuurlijk wel smeuïg.

Eindconclusie: je kunt voor Conchita Wurst en de opdracht die ze zichzelf gesteld heeft (‘Ik wil meehelpen aan het vestigen van een meer verdraagzame samenleving. Er is nog een lange weg te gaan, maar ik geef niet op’) niet anders dan bewondering voelen. Maar dit boek is een kien onderdeel van haar imago: baard, wimpers, pruik, make-up, japon, zorgvuldig aangebracht verhaal.

 


ICH, CONCHITA, WE ARE UNSTOPPABLE, MEINE GESCHICHTE
Conchita Wurst/Daniel Oliver Bachmann

LangenMüller
, 2015.
178 bladzijden
Duits.