Mijn maniakale belangstelling voor het Eurovisiesongfestival verloor ik toen de puntentelling te snel begon te gaan om met pen en papier bij te houden. Ik had sinds mijn prille jeugd – sinds ik van mijn moeder het hele songfestival uit mocht kijken – de gewoonte om van te voren op ruitjespapier een schema te maken, zodat ik bij de puntentelling in het juiste vakje kon invullen welk land aan welk ander land hoe veel punten gaf. Als ik het niet bij kon houden, dan keek ik naar het scherm en zag wat ik moest invullen, omdat alle landen op het scorebord hun eigen plaats behielden. Maar de technische mogelijkheden schreden voort en er kwam een systeem waarbij landen in de lijst van plaats veranderden als ze meer punten hadden dan een ander land. Ik kon toen niet meer in een oogopslag zien waar een land gebleven was, en dus had het geen zin meer om de puntentelling te noteren. Daarmee verviel ook mijn gewoonte om de dag na het songfestival te “analyseren” hoe het stemgedrag van landen was geweest: Scandinavische landen stemden op elkaar en Israël en Nederland op elkaar. Dat was dus ook al zo toen er nog geen televoting was, zij het in mindere mate dan tegenwoordig. En dat stemmen door het publiek is een andere reden waarom ik niet meer zo gecharmeerd ben van het songfestival.

Toch geloof ik niet dat mijn liefde voor het festival ooit over zal gaan. Ik heb via mijn computer op YouTube een afspeellijst die ik zo nu en dan afluister en waarin alleen songfestivalliedjes staan. Daar staan ook vier liedjes op die door België werden ingezonden. Over twee daarvan wil ik het graag hebben.

In 1971 (mijn herinneringen aan het songfestival gaan terug tot ongeveer 1965) zou voor België het duo Nicole & Hugo optreden met het liedje Goeie morgen, morgen. Helaas werd Nicole één week voor het evenement geveld door geelzucht. De toenmalige BRT zette gauw een ander duo in elkaar, bestaande uit Lily Castel en Jacques Raymond, dat het lied naar de veertiende plaats zong. Legendarisch zijn de dansachtige bewegingen die Raymond op het podium maakte.

Omdat in België de Nederlandstaligen en Franstaligen elkaar ieder jaar afwisselen, was het pas weer in 1973 de beurt aan de BRT om de nationale inzending te verzorgen. Toen mochten Nicole & Hugo in de herkansing met het liedje Baby, baby.

Ze werden ermee zeventiende en laatste, en eigenlijk is dat onterecht. Dat vond ik destijds helemaal niet. Ik was toen zeventien en mijn oordeel was snoeihard: ik vond Nicole & Hugo oerlelijk en hun kleding stom. Inmiddels ben ik zelf oerlelijk en tuttig geworden; ik vind het nu een ontzettend leuk liedje en de performance van het tweetal ontroerend. Wie eenmaal het witgeelgebleekte haar van Nicole en het paarse broekpak van Hugo heeft gezien krijgt het niet meer van zijn netvlies af. Destijds werd de kleding van het duo al mal gevonden, maar unisex (zo heette het als mannen en vrouwen dezelfde kleding droegen) was toen wel degelijk in de mode.

Op YouTube is een filmpje te vinden waarin het duo, dat met de tijd alleen maar mooier is geworden, alsnog het liedje zingt waarmee ze in 1971 níét naar het songfestival gingen. Hoewel ik niet te spreken ben over het modernere arrangement, blijf ik Nicole & Hugo een verrukkelijk duo vinden.